Tag Archives: Verhuizen

Bucketlist

Bucketlists. Daar doe ik niet aan. Het idee dat er dingen zijn die je gedaan móet hebben, strookt niet met mijn beeld van het leven. Als er dingen zijn die je graag wilt doen, doe ze. Zet ze niet op een lijst.

Toch ga ik een bucketlist maken. Niet omdat er dingen zijn die ik per sé gedaan móet hebben, maar omdat er dingen zijn die ik graag zou willen doen. En door ze op een lijst te zetten, herinner ik mezelf eraan dat ik die dingen wil doen. En hopelijk ga ik ze dan ook doen. Niet ooit. Niet voordat ik dood ga. Niet in het komende jaar. Maar gewoon. Binnenkort. Dus. Daar komt ‘ie.

  1. Naar de Azoren. Ik weet niet waarom. Maar de Azoren hebben zich in mijn brein genesteld en nu wil ik er heen.
  2. Naar Noorwegen. Ik realiseer me dat ik een hele aparte bucketlist zou kunnen maken met reisdoelen, maar dat doe ik niet. Ik kies er een paar uit die ik op korte(re) termijn zou willen realiseren en die me met mijn hersenletsel haalbaar lijken.
  3. Een naaicursus volgen. Of in ieder geval: leren naaien. Dat hoeft niet per sé in een cursus. Ik leer graag nieuwe dingen en naaien lijkt met leuk, praktisch en is te doen binnen mijn eigen 4 muren, waar ik toch het grootste deel van mijn tijd vertoef.
  4. Ik ben nog nooit in safaripark de Beekse Bergen geweest en dat lijkt me stiekem erg leuk. Op safari in Zuid-Afrika ook, maar ik denk ik doe ff iets haalbaars.
  5. Groene vingers kweken. Dit gaat helemaal gebeuren als ik ben verhuisd. Eindelijk een huis met een tuin en die tuin moet bloeien. Dus daar ga ik werk van maken.
  6. En naast die tuin, ga ik ook een volkstuin delen met mijn vader en zwager. Ziedaar: mijn moestuin. 
  7. Een langere reis maken met auto of camper. Ik denk aan zo’n 6 maanden door de Verenigde Staten en Canada. Of gewoon door Europa. Alles heel erg op het gemak. Een langgerekte roadtrip.
  8. Aangezien ik graag bak en taart, cake en koekjes niet altijd bevorderlijk zijn voor de lijn, heb ik me voorgenomen ook eens brood te bakken. Niks geen broodbakmachine, gewoon met gist en rijzen en de oven enzo. Lijkt me heerlijk.
  9. Stiekem toch iets voor de ‘ooit’-lijst: ooit wil ik kippen houden. En liefst ook een paar geitjes. Maar in ieder geval kippen. Die dan los over het erf scharrelen. Zo gezellig.
  10. Als ik ben verhuisd, wil ik ook op zoek naar vrijwilligerswerk. Ik weet nog niet wat precies, maar daar ga ik me in verdiepen.
  11. Sicilië! Vergeet ik Sicilië bijna. Ik wil heel graag naar Sicilië.
  12. Iets draagbaars maken. Ik haak en brei nu al enige tijd, maar verder dan sjaals, dekentjes en pannenlappen ben ik nog niet gekomen. Ik wil een kledingstuk maken.  
  13. Ik droom over een hele boomgaard vol fruitbomen. In mijn nieuwe tuin komt in ieder geval een frambozenstruik en een kruidentuintje. Groente kweek ik op de volkstuin. Maar ik wil ook heel graag een appeltaart maken met appels van eigen boom.

Slechts 10 dingen. Dat is haalbaar. Maar bij die 10 dingen blijft het niet. Sterker nog, een half uur nadat ik dit stukje gepost had, werden het er al meer en heb ik het lijstje al aangevuld. Het idee is om de lijst te blijven aanvullen. En natuurlijk ook af te strepen. Dus mocht er iets tussen staan, waarvan je denkt: dat wil ik ook wel! Laat het me weten. Misschien kunnen we het samen doen.

Stiekem toch wel leuk, zo’n bucketlist.

bucketlist

Beetje veel

Het is allemaal een beetje veel. En doordat het allemaal een beetje veel is, wordt ook een beetje, veel.

Sinds ik hersenletsel heb is het al snel te veel. Het lijkt wel of mijn hoofd kleiner is geworden, er past maar heel weinig in. Als er iets groots speelt in mijn leven, valt al het andere gewoon uit mijn hoofd. Ik ben het volledig kwijt. Ik denk er niet meer aan. Er is geen ruimte meer voor. En dan, ineens, is het er weer. Popt het weer op. Als ik er dan niet meteen iets mee doe, verdwijnt het net zo snel weer.

Op dit moment is het heel veel. De ziekte van mijn moeder neemt – logisch – erg veel ruimte in mijn hoofd. Toen mijn moeder net ziek was, overleed een oud-collega. Nog steeds zeg ik minstens 1x per week tegen mezelf: ‘P. is dood’, want er is geen ruimte geweest of gekomen om dat een plek te geven. Ik kon niet naar de begrafenis en het is door de situatie met mijn moeder bijna langs me heen gegaan. Ik moet mezelf er echt aan herinneren dat hij P. er niet meer is. Maar het past nog steeds niet in mijn hoofd.

De ziekte van mijn moeder en het overlijden van collega P. zijn niet de enige dingen die ruimte innemen of zoeken in mijn hoofd. Er staat ook een verhuizing op stapel. Nu staat die verhuizing al een tijd op stapel, maar het kan nu toch echt niet lang meer duren voor ik een huis heb. Een verhuizing is ook HEEL ERG GROOT. Met alleen een verhuizing zou mijn hoofd al propvol zijn. Maar mijn moeder is ook nog ziek.

Tussendoor worden ogenschijnlijk kleine dingen ook enorm: ga ik met oud & nieuw een weekje weg met vriendin M. en haar gezin (lees: 2 kinderen onder de twee)? Trek ik het dan in één huisje of wil ik een ruimte voor mezelf? Hoeveel geld heb ik daar voor over? Ik krijg de keuze niet gemaakt, de beslissing niet genomen.

Ga ik, zoals ieder jaar, Sinterklaas vieren met mijn vriendinnen? Ik ben dol op Sinterklaas en moet ook echt leuke dingen blijven doen, maar is het niet te veel nu? Is alles niet te veel nu? Ik moet dan nadenken over cadeautjes, suprise en gedicht, die ook nog kopen en maken met mijn volle hoofd en ook nog de viering zelf kunnen doorstaan. Moeilijk moeilijk.

Ga ik voor een onderzoek naar het ziekenhuis in Utrecht, naar een arts die mij is aangeraden? Of kies ik voor het comfort van Amsterdam?

Ga ik naar mijn ouders of blijf ik thuis? Bezoek ik mijn moeder in het ziekenhuis nu wel of niet? Kan ik nu wel of geen boodschappen bestellen deze week? Welke zonnebril moet ik kiezen?

Keuzes maken. Beslissingen nemen. Ik was er al nooit goed in. Toen vriendin R. aanbood booschappen langs te brengen, wilde ik dat maar al te graag accepteren, maar ik kon, for the life of me, niet bedenken wát ze dan moest brengen. Bij de opticien heb ik van de week 6x van bril gewisseld, zelfs nadat de brillenmeneer mijn keuze al had genoteerd. Mijn hoofd is te vol. Het is een beetje veel allemaal.

Steeds denk ik: ‘als dit maar voorbij is’ of ‘als dat eenmaal gebeurd is’, dan komt het goed. Dan heb ik weer ruimte in mijn hoofd en kan ik weer nieuwe dingen ondernemen. Maar wat als er steeds maar grote dingen blijven komen? Wanneer wordt een beetje veel veel te veel?

Midzomerevaluatie

Deze poster hing op de deur van mijn lokaal op school. Zodat maar meteen duidelijk was voor die tere kinderzieltjes wat ze te wachten stond als ze mijn lokaal binnentraden.

Natuurlijk een hoop grootspraak. Want die kindertjes móchten helemaal geen onaardige dingen zeggen, dat was alleen mij voorbehouden. Bovendien blijk ik toch ook gewoon aanhanger van het saaie cliché dat je beter je mond kunt houden als je niks leuks te melden hebt. Dus is het best stil op mijn blogje de laatste tijd. Waarmee ik keihard mijn eigen cliché onderuit haal en toch iets niet zo leuks durf te zeggen. Kunt u het nog volgen?

Toen 2014 aanbrak wist ik dat het een pittig jaar ging worden. Het thema voor het jaar zou ‘werk en wonen’ worden. Binnen dat thema zouden grote veranderingen op stapel staan. Veranderingen die direct veroorzaakt worden door het ongeluk en mijn hersenletsel.

We zijn nu zo’n beetje halverwege en het is pittig. Beheurlijk pittig. En dat heeft alles met het thema van 2014 te maken.

Werk. Ik begon 2014 nog positief. Ik had een werkervaringsplaats geregeld bij een boekhandel in de stad. Vol enthousiasme en een gezonde dosis spanning begon ik aan deze stage. Oef. Hoewel het heerlijk was om weer nieuwe mensen te ontmoeten, nieuwe dingen te leren en met boeken bezig te zijn, was het toch vooral heel erg zwaar. Fysiek trok ik het helemaal niet en mentaal kreeg ik daardoor een flinke knauw. Want ook dit kon ik dus niet en zelfs 4 uur per week bleek te veel. Na drie maanden was het mooi geweest. De opbouw waarop ik had gehoopt ging nooit komen, dit werk bleek geenszins passend (te maken). Dus trok ik met mijn re-integratiecoach de conclusie dat betaald werk er niet meer in zou zitten en gingen we ons op vrijwilligerswerk richten. Toen dit net een beetje van de grond kwam, eindigde het traject en bleef ik, toch een beetje gedesillusioneerd, achter.

Ondertussen liep mijn WIA-aanvraag en mocht ik een paar keer verschijnen bij het UWV. Ik werd 100% arbeidsongeschikt bevonden. Nu was het officieel: ik ga (in ieder geval voorlopig) niet meer werken. Inmiddels is mijn ontslag rond en volgende week neem ik afscheid op school. The end.

Wonen. Na mijn verblijf in de rustige Ardennen rond de jaarwisseling was de kogel door de kerk: ik wil verhuizen. Amsterdam eet al mijn energie op met haar drukte en herrie. Ik ben dat meer dan zat. Weg wil ik. Ik had me al ingeschreven voor een woning in de polder, maar nu ik de beslissing heb genomen, kan ik niet meer wachten. Ik. Wil. Weg. Zonder werk heb ik alleen weinig keus en moet ik een sociale huurwoning afwachten. Ik ben een geduldig persoon en doe dat braaf.

Totdat mijn straat in een bouwput verandert. Twee maanden lang zijn er werkzaamheden in mijn straat. Twee maanden lang de hele dag geluid. Thuis zijn is geen optie en mijn leven heeft veel weg van een nomadisch bestaan. Een vluchtadres in de stad, een weekje logeren hier, een weekje logeren daar, een paar dagen in een hotel. Ik ben totaal uitgeput. Wonen is ineens geen vanzelfsprekendheid meer.

2014 ging een pittig jaar worden, daar was ik op voorbereid. Maar ik vind het wel een beetje heel pittig.

Maar Rosie, waren er dan helemaal geen lichtpuntjes? Natuurlijk wel, maar ze wegen momenteel niet helemaal op tegen de narigheid. Maar daar is de tweede helft van 2014 dan voor, lijkt me zo.