Tag Archives: Organisatie

Leeghoofd*

Onlangs bedacht ik het volgende plaatje om de werking van mijn gemankeerde brein in kaart te brengen:


Voor het ongeluk had ik een goed werkend filter, waardoor alleen de prikkels die ik nodig had mijn brein binnenkwamen, de ruis werd weggefilterd. De informatie sijpelde vervolgens rustig door een ruime doorgang en werd goed verwerkt. Door het ongeluk is mijn filter stuk en komt alles binnen. Alles komt ook nog harder en feller binnen, weergegeven door de wijde opening van de trechter. Daarnaast is de doorgang sterk vernauwd (de informatieverwerking is vertraagd), waardoor er al snel flinke opstopping ontstaat in de trechter. Door prikkels zoveel mogelijk te mijden en regelmatig te rusten, kan ik voorkomen dat de trechter té vol raakt. Gebeurt dat wel, heeft het consequenties voor het functioneren (informatie komt niet meer binnen, ik verlies het overzicht) en voor de (nacht)rust**.

Omdat mijn informatieverwerking is vertraagd, is het moeilijk om nieuwe dingen te leren. Toch wil ik dat graag, dus ik ging op naailes. Daar in het atelier, waar alles nieuw is en het licht fel, is het soms lastig om iets te begrijpen. De naaijuf heeft me al tien keer uitgelegd wat ‘recht van draad’ is en negen keer kreeg ze enkel een blanco blik als blijk van onbegrip. Mijn hoofd is op zo’n moment vol watten en neemt niks op. Na de tiende keer snap ik het concept ‘recht van draad’ min of meer, maar kan ik het zelf nog geenszins bepalen op een nieuwe stof en weet ik ook totaal niet hoe ik dan mijn patroondelen op de stof moet leggen, zodat het allemaal goed komt.

Allemaal geen probleem. Geen man overboord. Ooit snap ik het vast en ik heb geleerd om me daar niet druk om te maken.

Maar toen moest de auto een APK. Alleen over het maken van de afspraak deed ik al twee weken. Want er kwam van alles bij kijken en het was allemaal nieuw. Waar ging ik dit laten doen? Hoe lang duurt zoiets? Wanneer komt dat dan uit? Hoeveel rusttijd heb ik ervoor en erna nodig? Ga ik iets doen tijdens de APK? Wat dan? Wat is een handig tijdstip om de auto te brengen? Wil ik vervangend vervoer? Een leenfiets? Uiteindelijk had ik een afspraak gemaakt waar al die vragen min of meer bevredigend beantwoord waren, toen bleek dat ik toch de verkeerde garage had gekozen (ik heb namelijk een pas waarmee het gratis kan, maar die pas blijkt alleen bruikbaar bij de garage waar ik de auto kocht). Dus begon het hele circus opnieuw.

Gisteren was de afspraak. Ik had alles goed voorbereid, zo dacht ik althans. Ik bracht de auto naar de garage in Zwolle, kreeg een leenfiets mee en ging de stad in. Mooie gelegenheid om weer eens een museum te bezoeken. Na een uur zag ik dat er gebeld was door de garage. Ik stond in een museum met een afschuwelijke akoestiek en kon de voicemail amper verstaan. Ik zocht een rustig plekje dat ik vond in de wc en luisterde nogmaals. Ik moest terugbellen en vragen naar.. zijn naam was niet te verstaan. Ik dacht na. Als alles goed was en de auto klaar, was dat wel op de voicemail ingesproken. Er was dus iets. Poep. Dat had consequenties. De auto zou vast pas eind van de dag klaar zijn. Dan moest ik een hele dag in de stad spenderen en vervolgens, zonder gerust te hebben, in de schemer, of zelfs al het donker***, naar huis rijden. Dat leek me geen veilige optie. Ik bedacht dat ik zou voorstellen de auto de volgende dag op te halen en met de trein naar huis te gaan. Ik maakte mijn museumbezoek af en ging op zoek naar een plek om te lunchen.

Ik vond deze fantastische koffieplek en net terwijl ik me wilde installeren ging de telefoon. De garage. De meneer met de onverstaanbare naam legde uit wat er moest gebeuren. Inmiddels had ik een flinke ochtend achter de rug: naar Zwolle rijden, contact bij de garage, in een vreemde omgeving fietsen, een museumbezoek met alle drukte, akoestiek en prikkels die daarbij horen en alle prikkels in de koffietent. Mijn trechter was al goed gevuld of stroomde zelfs al over. Daarbij voerde ik het gesprek buiten in een winkelstraat en had mijn oortjes niet bij me (waarmee ik me iets beter kan afsluiten van de omgeving). Een telefoongesprek voeren in dergelijke omstandigheden is iets dat ik doorgaans tracht te vermijden. De informatie komt dan gewoon niet binnen. Dus nadat de meneer met de onverstaanbare naam zijn verhaal had gedaan, dacht ik dat de monteur iets kapot had gemaakt wat ik nu moest betalen, dat de auto uitgeleend moest worden, wat ik moest betalen en dat er nieuwe banden op moesten. Ik heb mezelf inmiddels aangeleerd dat ik niet alles hoef te begrijpen in zo’n situatie, zolang ik maar weet wat er van mij wordt verwacht. In dit geval: wat gaat het kosten en wanneer kan ik de auto halen. Maar ik vond het verhaal met de monteur die mijn auto sloopte en het uitlenen zo raar, dat ik één keer om opheldering vroeg. Nu denk ik dat een steenmarter (?) iets heeft gesloopt en de auto opnieuw moet worden uitgelijnd.

De auto zou eind van de middag klaar zijn. Mooi, op dit deel had ik me voorbereid. Ik zou de auto maandag ophalen. Ik liep weer naar binnen en checkte op mijn telefoon hoe laat de treinen gingen. En toen ging het pas echt mis. Ik wilde nog een broodje eten, maar moest ook over 20 minuten weg om de trein te halen. Ik vroeg of dat zou lukken en kreeg een antwoord dat ik interpreteerde als ‘ja’, maar wat later ‘nee’ bleek te zijn. Inmiddels was ik alle overzicht kwijt, wijzigde ik 5x mijn bestelling, betaalde uiteindelijk voor thee en een broodje, maar liep met thee en carrotcake to go de deur uit, de lieve juffrouwen in verwarring achterlatend. Ergens midden in de verwarring en het gedoe had ik nog sjans, maar dat kon mijn brein al helemaal niet verwerken.

Eenmaal thuis was ik gesloopt. Tijdens het rusten sijpelde alle informatie langzaam door de trechter en begon ik in te zien waar het mis was gegaan. Al doende leert men, dit gebeurt me minder en minder. Maar de situaties waarin het wel gebeurt, zullen zich blijven voordoen.

Het gouden randje van dit verhaal? De eerste keer onderhoud aan mijn auto heb ik doorstaan. De volgende keer weet ik beter wat ik kan verwachten en kan ik me dus beter voorbereiden. En ik heb ook nog de lekkerste carrotcake OOIT gegeten. Zou ik anders toch maar mooi hebben gemist.

*Het tegenovergestelde is het geval. Juist als mijn hoofd (of beter, de trechter) te vol is, kan ik niet meer goed nadenken en functioneren en vóel ik me een leeghoofd.
**Dit is dan ook de reden dat ik ‘s avonds vrijwel nooit iets onderneem. Mijn hoofd kan dat niet meer verwerken voor ik ga slapen met als gevolg dat ik (minstens) de halve nacht wakker lig om dat alsnog te doen.
***Ik was altijd al een beetje nachtblind (en in schemer zie ik nog slechter), maar sinds het ongeluk is dat flink verergerd.

 

How a Phoebe becomes a Monica

Sinds mijn ongeluk heb ik een vrij actief sociaal leven op het wereldwijde web. En op dat wereldwijde web heb ik allerlei buitengewoon georganiseerde mensen gevonden. Of mensen die zich buitengewoon georganiseerd weten te presenteren. Hoe het ook zij, het maakt dat ik nu niets liever wil in mijn leven dan ook zo georganiseerd zijn als deze mensen.

Zojuist las ik het blog van virtuele vriend Susannah, flauwekulletjes. Susannah is sowieso een aanrader als virtuele vriend. Nou moet u niet denken dat ik dat alleen maar zeg, omdat ik van haar een boekje met recepten heb gekregen en ze me een wii fit heeft beloofd, ze is namelijk ook gewoon heel gevat, geestig en grappig (wat wellicht drie woorden voor eenzelfde kwaliteit zijn, maar dit terzijde). Later als ik groot ben wil ik bovendien haar leven. Deze lofzang terzijde, het ging me om haar organisatietalent. Zelfs haar blog is georganiseerd op een manier waar ik alleen van kan dromen. Compleet met wekelijks terugkerende rubrieken en alles. Deze week weer een lijstje met dingen die voor de zomervakantie gedaan moeten worden. Het lijstje lezend raak ik overvallen door een vlaag van jaloezie. Ik wil ook zo’n lijstje. De oplettende lezer zal mij nu wijzen op een eerder blog, Lijstjes getiteld, waarin ik schreef dat ik van alles lijstjes maak. Maar, oplettende lezer, u moet het maken van lijstjes niet verwarren met georganiseerdheid. Dit zijn twee zeer verschillende dingen. In lijstjes maken ben ik heel goed. Ik heb er honderden. Op duizenden plekken in mijn huis. Zie daar het gebrek aan organisatie.

Ik kan het mezelf ook niet kwalijk nemen. Ik was altijd al minimaal georganiseerd. Want ik onthield alles. En verder deed ik vooral wat er op dat moment in me op kwam en dat ging 9 van de 10 keer goed. Ik stelde nooit doelen, had geen enkele ambitie, kortom: deed waar ik zin in had c.q. wat absoluut dringend was. Daarmee was ik plenty druk en en passant haalde ik ook nog doelen die ik mezelf niet eens gesteld had. Maar het grote plan in mijn leven ontbrak. Ik was net als Phoebe:

Mijn leven is nu ietsjes anders. Als je niet meer werkt, een sterk geslonken sociaal en cultureel leven hebt en veel moet rusten, ligt de lethargie op de loer. Als je dan, zoals ik, gewoon bent je te laten leiden door je impulsen, kan het maar zo dat er dagen voorbij gaan zonder dat je iets noemenswaardigs doet. Dat is prima voor een week of wat, houd ik zelfs wel een paar maanden vol, maar dan moet er toch iets anders. Er moeten doelen gesteld! In het revalidatiecentrum heb ik dat ook geleerd als één van de regels van Time Self Management: stel doelen. Klein en groot. Dus dat doe ik braaf. Klein: je moet uit bed. Groot: ik wil een boerderij. Ziet u het probleem? Niet echt SMART, om maar iets te noemen. Ik ben vooral heel erg goed in uitsteldoelen. Ik heb een enorme als..dan-mentaliteit ontwikkeld. Als ik ga revalideren dan…. Als ik klaar ben met revalideren dan… Als ik ga werken dan… Als ik niet meer hoef te werken dan… En de grootste als..dan: als ik ben verhuisd dan… Dan gaat namelijk echt álles gebeuren. Dan ga ik hardlopen, op m’n nichtje passen, m’n eigen groente kweken, een naaicursus volgen, me oriënteren op (vrijwilligers)werk, enz. enz. Als ik ben verhuisd, dan komt alles goed.

Mijn ergotherapeut weet mij steeds te wijzen op deze valkuil. Want voorlopig ben ik niet verhuisd. Dus doe ik niets. Want als ik ben verhuisd komt het allemaal goed en het heeft geen zin om er nu mee te beginnen, want dan lukt het toch niet. Ik maak ook al maanden geen weekplanningen meer. Want ik heb een overdetopsuperfantastisch systeem in mijn hoofd, waarmee de weekplanningen echt superdeluxefantastisch worden. Alleen heb ik voor dat systeem een whiteboard nodig en moet ik magneten maken en en en… en in de tussentijd voldoet een planning op simpel papier niet meer. De ergotherapeut dwingt me uit mijn perfecte plannen één element te halen wat me het meest aanspreekt en dát alvast te realiseren. Of het superdeluxe plan in stukjes te hakken. Wat ik dan braaf één of twee keer doe en dan is er alweer iets anders, dringenders dat mijn aandacht vraagt. Of ik loop vast. Zo ben ik vast op zoek gegaan naar whiteboards voor mijn planningen -immers stap 1- en vond de meest prachige exemplaren. Maar die kosten een lieve duit. Dus daar moet ons Rosie eerst eens goed over nadenken. En dan gaan er zomaar alweer een paar maanden voorbij zonder whiteboard en zonder planningen.

Mijn grote organisatievoorbeeld is Marloes. Zij stelt zichzelf doelen, maakt een plan, hakt dat in stukjes en voert het uit. Precies zoals ik dat ook zou willen doen. Of het nu gaat om het opruimen van de berging, het uitzoeken van de kledingkast, het plannen van een dagje weg of een verhuizing, alles volgens plan. Ik heb dat ook nodig. Niet eens zozeer omdat mijn gekke hoofd het overzicht niet meer heeft of niet goed kan plannen, maar vooral omdat ik het nodig heb om doelen te hebben. Doelen die SMART geformuleerd zijn. Ook in drukke of roerige tijden. Leuke doelen, praktische doelen, nuttige doelen. Het maakt niet uit. Zolang ik maar een doel heb in mijn leven.

Dus hierbij formuleer ik mijn doel voor de komende tijd: doelen stellen. Nu moet ik dat alleen nog even SMART maken. Sja. Misschien als ik ben verhuisd? Dan komt alles goed. Dan word ik een Susannah. Of een Marloes. Of een Monica.