Tag Archives: Observatie

Tunnelvisie

DSC01357Wat is een mens toch een grappig wezen. Een egocentrisch wezen. Het blijft verdomd lastig om je te verplaatsen in een ander. Of dat nou gaat om de buurman of een Syrische vluchteling. Om een boer- of bikini. Dit is helemaal niet gek. Een groot deel van hoe je de wereld ziet en beleeft is gebaseerd op je eigen ervaringen. Dus lijkt het je logisch, dat als jij tot weinig meer in staat was in je laatste maand zwangerschap, dat dit voor anderen ook geldt.

Niets menselijks is mij vreemd. Ook ik lijd aan dergelijke tunnelvisie. En dat leidt tot grappige inzichten. Lange tijd vergeleek ik mijn leven met hersenletsel met mijn leven zonder hersenletsel. Mijn leven sinds het ongeluk met mijn leven voor het ongeluk. Alles was een slap aftreksel van mijn eerdere leven. Maar hoe langer ik mijn leven leid mét hersenletsel, hoe meer dat de standaard wordt. In mijn hoofd doet iedereen middagdutjes. Ik snap het nooit als mijn zus met haar kinderen er om 12.00 uur opuit gaat. De dag eindigt immers om 13.00 uur. Toch?

Deze week boekte ik een vakantie. Ter voorpret bladerde ik door mijn Lonely Planet. Alles bleek op comfortabele afstand van het huisje dat ik had geboekt. Top. Tot ik goed keek. Comfortabele afstand. Siena ligt op bijna 2 uur rijden van ons Toscaanse huisje. Dat kan helemaal niet op één dag, dacht ik. Dan moet je echt daar een hotel boeken. Twee dagen lang was ik boos op de Lonely Planet. Toen pas viel het kwartje. Mijn dag laat zo’n uitstapje niet op één dag toe, een normale dag wel! Ik stelde me ineens voor hoe zo’n uitstapje er voor mij uit had gezien vóór mijn ongeluk. Om 9 uur weg, dan ben je daar om 11 uur. De hele dag rondsjouwen, musea bekijken en ergens op de terugweg uitgebreid eten om tegen 22.00 of 23.00 uur weer in het huisje terug te keren. Een comfortabel dagtripje, een comfortabele afstand. Alleen laat mijn belastbaarheid van maximaal 4 uur (en een rustdag erna) zoiets niet toe.

Vroeger, ja vroeger. Vroeger wel. Ik lees in mijn reisdagboekje nog eens over mijn laatste Italiëtrip. Op één dag van Sorí in Ligurië met de trein naar Lucca om te lunchen en te fietsen, dan naar het strand bij Torre di Lago om te zwemmen en vervolgens naar Pisa om te dineren en te slapen. Geen probleem. Het lijkt een leven geleden. Het past niet meer in mijn dag en het past niet meer in mijn tunnel. Dat eerste is jammer, dat tweede fijn. Want als mijn belastbaarheid – althans in mijn ogen – de standaard is, stop ik met vergelijken. Ik ben niet meer steeds boos of teleurgesteld dat ik maar zo weinig kan.

Je af en toe, of zelfs regelmatig, verplaatsen in een ander: ik zou willen dat we daar allemaal wat beter in waren. Dat je probeert te begrijpen waarom iemand een boerkini wil dragen. Dat je luistert naar een ander en alles niet al invult op basis van je eigen ervaringen. Maar soms is het heel fijn om dat niet te doen. Omdat soms blijkt dat je een stuk gelukkiger bent als je eigen leven de standaard is.

 

 

 

 

Writer’s block. Of: wat rouw met mij doet.

Mijn laatste blog schreef ik in februari. Je zult misschien denken dat ik niets meer heb geschreven, vanwege de onmetelijke schaamte dat ik toch op de verkeerde Mol zat, maar dan heb je het mis.

Ik heb last van writer’s block. En niet zo’n beetje ook. Sinds mijn moeder afgelopen maart overleed, lukt het me niet meer om iets op papier te krijgen. Dat strekt zich veel verder dan enkel dit blog. Ik heb de grootste moeite met het opstellen van e-mails en sms’jes. Ook nu, nu ik dit wil schrijven, loop ik steeds vast.

Schriftelijk formuleren is sinds het ongeluk sowieso moeilijker geworden. Eerdere blogs dacht ik vrijwel altijd volledig uit in mijn hoofd, vooraleer ik achter de laptop kroop. De opbouw, bepaalde zinsnedes, ze bestonden al, ik hoefde ze enkel nog op te lepelen. Zet ik me blanco achter de computer, of aan mijn Iphone, dan komt er meestal weinig. De veelheid van communicatiestromen helpt niet mee. Dan heb ik braaf mijn e-mails beantwoord of mijn Whatsapp doorgelopen, vergeet ik dat er ook nog berichten via Facebook Messenger, sms en DM’s op Twitter op antwoord wachten.

Maar sinds de dood van mijn moeder is er iets veranderd. Het voelt alsof de rouw zich op deze manier openbaart. Zoals ook het verdriet in de eerste week zo anders was dan ik had kunnen voorstellen, zo is ook de rouw niet evident. Ik ben niet hele dagen aan het huilen, sluit me niet op in huis of bed en doe gewoon leuke dingen. Maar het schrijven lukt niet meer.

In die rouw is er in mijn gekrompen hoofd ook nóg minder ruimte gekomen. Ik heb ontzettend weinig ruimte voor andere mensen en nog minder voor waar zij nu allemaal mee bezig zijn. Het past er niet in. Misschien doordat er in mijn hoofd simpelweg iedere dag ruimte wordt ingenomen door herinneringen aan mijn moeder, door verwerking van haar ziekte en het sterfproces, door het gemis.

Misschien is het zo simpel niet. Want als er één ding is dat ik hiervan heb geleerd, is het wel dat rouw zich niet eenvoudig laat kennen, zich niet eenduidig openbaart en zich al helemaal niet makkelijk laat beschrijven.

Wie is de mol

Er zijn ontzettend veel dingen die ik niet meer kan sinds ik hersenletsel heb. Maar er is één ding waar ik veel beter in ben geworden en dat is Wie is de mol?

Ik kijk Wie is de mol al vanaf de tweede serie. Een strategie om de mol te ontmaskeren had ik niet. Ik ging af op een onderbuikgevoel, verdacht gedrag of de ‘geheime’ aanwijzingen. Ik zat altijd op de verkeerde mol. Toen werden mijn hersens door elkaar geschud en viel het kwartje. Wie is de mol is eigenlijk heel makkelijk. Dus hier voor eenieder die ook wil weten wie de mol is, een korte cursus.

Nu ik weet hoe makkelijk Wie is de mol is, snap ik al die sukkels niet die op de verkeerde mol zitten. Gisteren nog liep Twitter over van de valse beschuldigingen. De één vond het gedrag zo verdacht dat hij/zij de mol wel móest zijn. De ander vond het gedrag juist niet verdacht genoeg, zag daarin een afleidingsmanoeuvre en verdacht deze mol alsnog. Allerlei ‘geheime’ aanwijzingen passeerden de revue en ik dacht alleen maar ‘sukkels, sukkels, sukkels, hoe kán je er nu zo naast zitten?!’ en dat terwijl ik er zelf jaren naast heb gezeten. Tot vorig jaar.

Er is namelijk maar één manier om de mol te ontmaskeren. De manier die al jarenlang door (winnende) kandidaten wordt gepredikt: FOLLOW THE MONEY.

Geld. Dat is waar het om draait. Dat is dé taak van de mol. Zo min mogelijk geld in de pot brengen. Iedereen doet verdacht, iedereen liegt en de geheime aanwijzingen zijn op iedereen toe te passen. Maar alleen de mol wil zo min mogelijk geld in de pot.

Houd in de gaten wie er geld in de pot brengt en wie vooral niet. Opdrachten waarbij de kanidaten individueel en/of ongezien geld kunnen verdienen zijn hierbij goud. Je kunt zo een flink aantal mensen wegstrepen. De mol manoeuvreert zich ook vaak op sleutelposities in opdrachten. Posities waarvan de mol van tevoren al weet dat dáár het best te mollen valt. Al had je dan dit seizoen volledig op Chris kunnen zitten, want die zat altijd op de sleutelpositie. Dus dan toch maar weer terug naar de basis: follow the money.

En echt, jongens en meisjes, dan is er maar één mol mogelijk. Dit seizoen is het niet te missen. De mol bracht nul euro in de pot en haalde er zelfs nog flink wat uit.

Mocht het je nu nog niet duidelijk zijn: Rik is de mol. Voor zeker.

Dat hersenletsel is toch nog ergens goed voor.

wie is de mol joker

Doe maar gewoon?

Vroeger was Duopenotti al exotisch. Thuis hadden we jam, hagelslag, chocopasta, pindakaas, kaas en wat wisselende vleeswaren. At ik op woensdagmiddag bij vriendinnetjes en was er duopenotti dan kon ik mijn geluk niet op. Waarom hadden wij nooit duopenotti? Ik associeerde duopenotti met rijkdom, luxe en dingen waar ik alleen van kon dromen.

Het beperkte zich niet tot het broodbeleg. Bij de thee aten wij simpele kaakjes (in het weekend soms een stroopwafel!) en als toetje was er yoghurt of vla. Als we jarig waren kozen we dubbelvla, een geweldige traktatie.

Toen ik zojuist mijn lunch verorberde, realiseerde ik me hoe de tijden zijn veranderd. Ik at een boterham met zalm (en rucola) en een boterham met humus (en rucola). Vroeger at je, als je al buiten de deur de lunch gebruikte, een broodje kaas of een broodje gezond. Een broodje beenham of kroket was al bijzonder. Nu kan een café zich niet serieus nemen als het niet minstens broodjes zalm, humus, geitenkaas en avocado op de kaart heeft staan.

Nu ik vrijwel altijd thuis lunch, zijn deze producten ook steeds meer in mijn koelkast te vinden. Ik eet ook nog altijd pindakaas en kaas, maar vind humus en zalm net zulke doordeweekse producten. Is er sprake van een deflatie van luxe producten? Toen ik nog lesgaf viel ik haast van verbazing achterover toen een leerling tijdens de les vast aan zijn lunch begon. Geen boterham met pindakaas, zelfs niet met humus, nee, hij at sushi. Sushi!

IMG_2233.JPG

Nederlanders staan bekend om het motto: ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’. En we klagen graag. En het is (was) crisis. Maar ‘gewoon’ een boterham met pindakaas? Doe niet zo gek!