Tag Archives: Gemis

Herinnering

Een paar dagen Amsterdam. Voor het eerst weer terug in de stad die ik 7 maanden geleden nietsvermoedend voorgoed verliet. Ik ging voor twee dagen naar mijn ouders, maar keerde nooit meer terug. Een dag later overleed mijn moeder en tien dagen daarna ben ik verhuisd. 

Een paar dagen Amsterdam. Ik verblijf in het huis van neef J. Naast de eettafel hangt een foto van zijn trouwdag. Met alle genodigden. Oom M. staat er op, fier en stralend. Hij overleed een jaar later. Ook mijn moeder staat op de foto, eveneens stralend. Levend. 

Ik sta niet op de foto. Op het moment dat de foto is gemaakt, lag ik op de spoedeisende hulp, zonder te weten wie of waar ik was. Op weg naar deze bruiloft kreeg ik het ongeluk dat mijn leven veranderde.

Één foto. Een herinnering aan een mooiste dag van een leven. Maar kijk ik ernaar, voel ik een intens verdriet. 

Writer’s block. Of: wat rouw met mij doet.

Mijn laatste blog schreef ik in februari. Je zult misschien denken dat ik niets meer heb geschreven, vanwege de onmetelijke schaamte dat ik toch op de verkeerde Mol zat, maar dan heb je het mis.

Ik heb last van writer’s block. En niet zo’n beetje ook. Sinds mijn moeder afgelopen maart overleed, lukt het me niet meer om iets op papier te krijgen. Dat strekt zich veel verder dan enkel dit blog. Ik heb de grootste moeite met het opstellen van e-mails en sms’jes. Ook nu, nu ik dit wil schrijven, loop ik steeds vast.

Schriftelijk formuleren is sinds het ongeluk sowieso moeilijker geworden. Eerdere blogs dacht ik vrijwel altijd volledig uit in mijn hoofd, vooraleer ik achter de laptop kroop. De opbouw, bepaalde zinsnedes, ze bestonden al, ik hoefde ze enkel nog op te lepelen. Zet ik me blanco achter de computer, of aan mijn Iphone, dan komt er meestal weinig. De veelheid van communicatiestromen helpt niet mee. Dan heb ik braaf mijn e-mails beantwoord of mijn Whatsapp doorgelopen, vergeet ik dat er ook nog berichten via Facebook Messenger, sms en DM’s op Twitter op antwoord wachten.

Maar sinds de dood van mijn moeder is er iets veranderd. Het voelt alsof de rouw zich op deze manier openbaart. Zoals ook het verdriet in de eerste week zo anders was dan ik had kunnen voorstellen, zo is ook de rouw niet evident. Ik ben niet hele dagen aan het huilen, sluit me niet op in huis of bed en doe gewoon leuke dingen. Maar het schrijven lukt niet meer.

In die rouw is er in mijn gekrompen hoofd ook nóg minder ruimte gekomen. Ik heb ontzettend weinig ruimte voor andere mensen en nog minder voor waar zij nu allemaal mee bezig zijn. Het past er niet in. Misschien doordat er in mijn hoofd simpelweg iedere dag ruimte wordt ingenomen door herinneringen aan mijn moeder, door verwerking van haar ziekte en het sterfproces, door het gemis.

Misschien is het zo simpel niet. Want als er één ding is dat ik hiervan heb geleerd, is het wel dat rouw zich niet eenvoudig laat kennen, zich niet eenduidig openbaart en zich al helemaal niet makkelijk laat beschrijven.

Puberty strikes again

Toen ik ergens achter in de twintig was, had ik het eindelijk bereikt: rust. Balans. Ik had mezelf gevonden (brr). Dat was niet zonder slag of stoot gegaan. Een matige basisschooltijd, gevolgd door de puberteit, adolescentie en een milde quarterlifecrisis, maar nu was ik er. Tevreden. Tuurlijk, af en toe twijfelde ik nog over werk, baby’s en wat dies meer zij, maar het echte stormen, dat was voorbij.

Het stormen. Wat is dat vermoeiend. Ontdekken wie je bent, waar je staat, wat je vindt, wat je rol is in de wereld. Meewaaien met vriendinnen, dingen eens op hún manier proberen, onderzoeken of dat ook voor jou werkt om er na een lange wervelende achtbaan achter te komen dat de keuzes van die vriendin waar je zo tegen op kijkt, toch niet de jouwe zijn.

Pas toen het stormen voorbij was, tweede helft twintig in mijn geval, was ik echt gelukkig. Want ik was tevreden. En in dat geluk, in die tevredenheid, was stabiliteit. Soms had ik de behoefte de boel nog even flink om te gooien, de stabiliteit af te schudden, maar ik moest steeds weer erkennen dat die stabiliteit de betere optie was.

‘Je hebt je balans nog niet gevonden’, zei vriendin R. een tijdje geleden.

Fuck. Ja.

Ik ben al ruim 2,5 jaar bezig en heb hem nog steeds niet gevonden. Terwijl vriendinnen grootste stappen maken in hun leven, huizen kopen, kinderen op de wereld zetten, ben ik al fucking 2,5 jaar bezig met het hervinden van mezelf (brr).

Wie ben ik? Wat vind ik belangrijk? Wat is mijn plek in de wereld? Wat is mijn rol in de maatschappij? Waar haal ik voldoening uit? Wat geeft mij ontspanning? Wat zijn mijn passies? Ik ben keihard teruggeschoten in de puberteit. Gadverdamme.

Mijn letsel was niet van dien aard dat ik opnieuw moest leren lopen, opnieuw leren praten, opnieuw zindelijk moest worden, opnieuw moest leren eten. Maar de vergelijking die je zo vaak hoort in zo’n geval ‘hij was weer kind, hij moest alles opnieuw leren’ gaat op een bepaalde manier wel op. Ik moet opnieuw ontdekken wie ik ben, opnieuw leren wat ik belangrijk vind, wat mijn plek in de wereld is. Doordat er zoveel dingen zijn veranderd in mijn leven, ben ík veranderd. Is mijn kijk op de wereld veranderd. Zijn mijn relaties veranderd.

Was ik de afgelopen periode vooral op zoek naar mijn grenzen en mogelijkheden, nu mag ik lekker op zoek naar mezelf (brr). Jippie.

Een dag uit het leven

Mensen vragen wel eens wat ik dan doe, de hele dag. Of ik me nog wel vermaak. Het is denk ik ook een schrikbeeld voor veel mensen; de hele dag thuis zitten, geen werk, weinig tot geen afspraken buiten de deur. Hoe kom je de dagen nog door? Pas als ik daar echt over na ga denken, zie ik weer hoe mijn leven is.

Voor mijn ongeluk bestond mijn dag uit ongeveer 14 uur. Ik werkte zo’n 40 uur per week en hield dus een kleine 60 uur over waarin ik me verder nog moest vermaken. Dat lukte uitstekend met het huishouden, de boodschappen, lezen, tv-kijken, haken, naar de film, naar theater, naar musea, naar de kroeg, een stuk of 4 reisjes per jaar, verjaardagen, feestjes, vrienden, familie, etc. etc.

Nu is mijn dag nog 5 uur. Ik schrik soms zelf als ik dat zeg. Maar het is echt waar. Ik ben zo rond 10.00 / 10.30 gedoucht en klaar om aan de dag te beginnen en ga dan om 13.00 / 13.30 naar bed. Rond 15.00 uur begint het tweede deel van mijn dag, welke eindigt om 17.00 uur met een tweede dutje. De avond reken ik niet mee. ‘s Avonds kan ik weinig meer dan op de bank hangen. Doe ik ‘s avonds wel iets (een enkele keer uit eten, sporadisch een feestje), kost me dat minimaal 2 dagen. Ergo: de avond telt niet.

Mijn dag is 5 uur, maar dat betekent niet dat ik die 5 uur optimaal kan besteden. Ik kan niet 5 uur werken, of 5 uur de deur uit, of 5 uur lezen of 5 uur wat dan ook. Je moet die 5 uur zien als de 14 uur die ik eerst had. Die gingen ook niet alle 14 op aan werk of inspanning. Van de 5 uur die mijn dag nu is, kan ik ongeveer de helft besteden aan inspanning. Inspanning: lezen, administratie, mail, boodschappen, huishoudelijke taken, sociale afspraken, doktersbezoeken, revalidatie, afspraken buiten de deur, bewegen.
Deze inspanning moet ik afwisselen met ontspanning, de andere helft van de dag. Ontspanning: tv-kijken (maar niet te lang), haken (maar niet te lang), muziek luisteren (maar niet te lang), voor me uit staren.

Als je dag maar 5 uur is, is hij zo voorbij. Over het algemeen vermaak ik me dus ook wel. Natuurlijk verveel ik me wel eens. Dat heeft vooral te maken met mijn beperkingen. Ik kan altijd genoeg bedenken om te doen, maar lang niet altijd wat ik op dat momént kan doen. Of überhaupt kan doen. Maar vaak is een dag voorbij voor ik er erg in heb. Net zoals voor het ongeluk.

Eigenlijk is er dus niks veranderd. Ik ben alleen 9 uur per dag verloren.

Doe mij maar (g)een boek

Jaren geleden zat ik, na een heerlijke ochtend struinen door boekhandels, met vriendin A. op een terras. We spraken, zoals gebruikelijk, over de liefde. En over onze liefde voor boeken. We kwamen tot de conclusie dat we liever de rest van ons leven zonder een man dan de rest van ons leven zonder boeken wilden slijten. Ach, wat zal ik zeggen? We waren jong, letterenstudenten bovendien, en vonden het stijlvol om kunst en literatuur te verheffen boven alles wat aards en vleselijk was. Maar zoals altijd zat ook in deze grootspraak een kern van waarheid: een leven zonder boeken was geen leven voor ons.

Met een gevoel van weemoed sta ik maar weer eens voor mijn boekenkast. Soms haat ik mijn boeken. In etappes heb ik al flink wat boeken weg gedaan. Ik geef ze soms cadeau, gaf er een stel aan de mediatheek op school, bracht een stapel naar de kringloopwinkel, verkocht er enkele. Nog steeds heb ik veel boeken. Nog steeds kan ik me een leven zonder boeken niet voorstellen. Maar eigenlijk staan ze vooral stof te verzamelen.

image (2)

Ik kan niet meer lezen. Tenminste, geen boeken. Een tijdschrift gaat, de krant ook, maar boeken, nee, dat lukt me zelden. Er staan te veel letters op zo’n bladzijde, ik krijg mijn ogen niet gefocust en als mijn ogen wel meewerken, dan ben ik na een paar minuten overprikkeld door alle letters en misselijk van de benodigde concentratie. Al die boeken staan dus ledig in de kast.

Als ik wil lezen, maak ik gebruik van een e-reader. Of luisterboeken. Ik ben dankbaar dat deze opties tegenwoordig bestaan. Op een e-reader kan ik de lettergrootte aanpassen, zodat er veel minder letters op een bladzijde staan en ik minder moeite heb mijn ogen te focussen en minder snel overprikkeld raak. Op een goede dag kan ik 20 minuten lezen, maar ook dan is de concentratie op. Door ook boeken te luisteren, kan ik gelukkig meer dan de 4 boeken die ik per jaar kan lezen, tot me nemen. Maar luisteren is toch niet hetzelfde als lezen. Niet alleen onderwerp, schrijver en schrijfstijl spelen meer een rol bij de waardering, ook de stem van degene die het boek heeft ingesproken is van belang. En er blijken maar weinig mensen prettig te kunnen voorlezen. Werden alle boeken maar ingesproken door Dieuwertje Blok of Jacob Derwig!

Ik mis het lezen. Heel erg. En soms is het net of mijn boeken me uitlachen. Dus nu ik voornemens een verhuizing aan het ruimen ben, bekruipt me vaak de neiging ze allemaal weg te doen. Mijn kast met vakliteratuur lacht harder dan de rest. Latijn en Grieks lezen vraagt nóg meer concentratie. Een plank vol Romeboeken, terwijl ik nooit meer op Romereis zal gaan. Wat moet ik er nog mee?

20140711-154607-56767660.jpg

Maar dan denk ik terug aan die tijd dat boeken kopen mijn favoriete bezigheid was. Aan het struinen door de boekhandels. Aan de vele boeken die ik cadeau heb gekregen. Zelfs al lees ik mijn boeken nooit meer, boeken zijn voor mij zoveel meer. Een herinnering aan een tijd, aan een persoon, aan een kijk op het leven. Ze zullen dus maar mee moeten verhuizen. Maar… misschien niet allemaal.