Monthly Archives: January 2015

Het zal wel aan mij liggen

Al sinds ik op mezelf woon heb ik gekke buren. Zelfs in hometown Biddinghuizen heb ik een keer de politie gebeld toen de overbuurman uit het niets winkelwagentjes tegen zijn huis begon te smijten.

Toen ik dit huis kwam wonen, maakte ik kennis met mijn onderbuurman toen ik de vloer aan het leggen was. Hij kwam met slaperig hoofd naar boven gestrompeld of het misschien wat zachter kon. Het was toen 11.30 ‘s ochtends. We zouden de rest van de dag bezig zijn met de vloer. Nee, dus. Sorry.
Later bleek dat onze dagritmes nogal uit elkaar lagen. Waar hij om 11.30 ‘s ochtends in pyjama aan de deur stond om te vragen of het zachter kon, deed ik dat meerdere malen om 3.00 ‘s nachts.

Op een goede doordeweekse dag hoorde ik om 22.30, ik lag al in bed, plotseling wat gestommel. Ik keek naar buiten en zag een touw voor mijn raam. Blijkbaar had onderbuurman een nieuw meubel gekocht en ging dit omhoog hijsen. Jammer op dit tijdstip, maar ik was wel wat gewend. Aangezien je in Amsterdam na 21.00 het grofvuil buiten mag zetten, heb ik menig maal wakker gelegen van mensen die rond middernacht hun laminaatvloeren en overtollige huisraad op straat lieten stuiteren. Na een uur of twee loerde ik toch nog eens naar buiten. Dat meubel zou toch wel binnen moeten zijn, leek me. Toen pas zag ik dat onderbuurman aan het verhuizen was. Zijn hele hebben en houden door het raam naar buiten. Rond een uur of 3 ging ik toch maar eens vragen of het nog lang ging duren en, op mijn allervriendelijkst, voor zover dat kan op dit tijdstip, of ze wel goed bij hun hoofd waren. Uiteindelijk belde ik de politie, die ook bijna van hun stoel viel toen ik vertelde dat mijn buurman op dat moment aan het verhuizen was.

Dit alles was nog voor ik hersenletsel had. Sinds mijn hersenen geluiden niet meer goed kunnen verwerken, stuit ik nogal eens op ‘gekke buren’. Maar die buren zijn niet (zo heel) gek. Het ligt aan mij. En een beetje aan Amsterdam. Want daar woon je zo belachelijk dicht op elkaar dat je altijd wel een beetje last van je buren hebt. Gemiddeld eens in de twee weken is er wel ergens een feestje of andere herrie, waardoor ik ook ‘s nachts mijn oordoppen nodig heb. Maar hé, daar zijn die krengen voor. En het ligt aan mij. Ik hoor álles.

Inmiddels heb ik een heel fijne nieuwe onderbuurman, waar ik vrijwel nooit iets van hoor. Maar nu heb ik een fittie met een andere buurman. Die fittie speelt zich volledig in mijn hoofd af, ik weet niet eens hoe deze buurman er uit ziet. Maar ik vind hem vervelend. Hij heeft een erg vervelende luide stem en rochtelt iedere ochtend wel zestig keer, terwijl ik probeer te genieten van mijn ontbijt. De tv staat altijd te hard (ik wist precies wanneer hij Suits keek) en de radio altijd aan.

Dat ik hier last van heb, zal wel aan mij liggen. Ik ben immers de hele dag thuis en wil daar volledige stilte, altijd. Toch is ook deze buurman een beetje gek. Al meer dan een jaar hoor ik zo’n beetje om de dag klusherrie. Of sloopherrie. Of houthakherrie. Ik kon het niet thuisbrengen. Tot ik buurman een keer op het balkon een stoer verhaal hoorde vertellen. In de kroeg had hij bedacht dat hij dat ene muurtje wel kon slopen en eenmaal thuisgekomen was hij daar meteen aan begonnen. Blijkbaar was hij in etappes muurtjes aan het slopen. Om de dag. Een half uurtje. Soms ben ik bang dat hij ineens in mijn huis staat.

Afgelopen weekend werd ik rond 4.30 wakker van gestommel bij deze buurman. Hij zal in de kroeg wel weer bedacht hebben een muurtje te slopen, bedacht ik en ik overwoog de politie te bellen. Pff, wat een gedoe, laat maar. Ik deed mijn oordoppen in en viel weer in slaap. Gekke buurman.

Gisteren stond de politie voor de deur. Er was afgelopen weekend ingebroken bij de buren. Of ik misschien iets had gehoord of gezien.

De volgende keer toch maar de politie bellen.

Puberty strikes again

Toen ik ergens achter in de twintig was, had ik het eindelijk bereikt: rust. Balans. Ik had mezelf gevonden (brr). Dat was niet zonder slag of stoot gegaan. Een matige basisschooltijd, gevolgd door de puberteit, adolescentie en een milde quarterlifecrisis, maar nu was ik er. Tevreden. Tuurlijk, af en toe twijfelde ik nog over werk, baby’s en wat dies meer zij, maar het echte stormen, dat was voorbij.

Het stormen. Wat is dat vermoeiend. Ontdekken wie je bent, waar je staat, wat je vindt, wat je rol is in de wereld. Meewaaien met vriendinnen, dingen eens op hún manier proberen, onderzoeken of dat ook voor jou werkt om er na een lange wervelende achtbaan achter te komen dat de keuzes van die vriendin waar je zo tegen op kijkt, toch niet de jouwe zijn.

Pas toen het stormen voorbij was, tweede helft twintig in mijn geval, was ik echt gelukkig. Want ik was tevreden. En in dat geluk, in die tevredenheid, was stabiliteit. Soms had ik de behoefte de boel nog even flink om te gooien, de stabiliteit af te schudden, maar ik moest steeds weer erkennen dat die stabiliteit de betere optie was.

‘Je hebt je balans nog niet gevonden’, zei vriendin R. een tijdje geleden.

Fuck. Ja.

Ik ben al ruim 2,5 jaar bezig en heb hem nog steeds niet gevonden. Terwijl vriendinnen grootste stappen maken in hun leven, huizen kopen, kinderen op de wereld zetten, ben ik al fucking 2,5 jaar bezig met het hervinden van mezelf (brr).

Wie ben ik? Wat vind ik belangrijk? Wat is mijn plek in de wereld? Wat is mijn rol in de maatschappij? Waar haal ik voldoening uit? Wat geeft mij ontspanning? Wat zijn mijn passies? Ik ben keihard teruggeschoten in de puberteit. Gadverdamme.

Mijn letsel was niet van dien aard dat ik opnieuw moest leren lopen, opnieuw leren praten, opnieuw zindelijk moest worden, opnieuw moest leren eten. Maar de vergelijking die je zo vaak hoort in zo’n geval ‘hij was weer kind, hij moest alles opnieuw leren’ gaat op een bepaalde manier wel op. Ik moet opnieuw ontdekken wie ik ben, opnieuw leren wat ik belangrijk vind, wat mijn plek in de wereld is. Doordat er zoveel dingen zijn veranderd in mijn leven, ben ík veranderd. Is mijn kijk op de wereld veranderd. Zijn mijn relaties veranderd.

Was ik de afgelopen periode vooral op zoek naar mijn grenzen en mogelijkheden, nu mag ik lekker op zoek naar mezelf (brr). Jippie.