Monthly Archives: November 2014

Thanksgiving

Er zijn behoorlijk veel dingen waar ik dankbaar voor ben. Het is buitengewoon klote om een beperking te hebben. Om arbeidsongeschikt te zijn. Om zo ongelooflijk weinig energie te hebben. Maar als je dan toch een beperking moet hebben, dan is dit wel een waarachtig mooie tijd om een beperking te hebben.

Tijd voor een lijstje van dingen waar ik ontzettend dankbaar voor ben:

Een zonnebril. Ik ga de deur nooit meer uit zonder mijn zonnebril. Het licht is, zelfs als de regen met bakken uit de lucht komt, altijd te fel. Ook vind ik het heerlijk om me achter te verstoppen. Het is net of er toch wat minder prikkels binnen kunnen komen. Sinds kort heb ik een zonnebril op sterkte met allerlei extra fancy schmancy opties. Polariserende glazen die zorgen dat ik minder last heb van weerkaatsend licht en laagstaande zon en zelfs ontspiegeling aan de binnenkant. Deze tijd van het jaar is dat heel prettig.
In hetzelfde genre prijs ik me ook enorm gelukkig met mijn oordoppen. Aangezien ik alle geluiden hoor en alle geluiden ook nog eens harder hoor, is het soms heerlijk om me daar een beetje voor te kunnen afsluiten. Om overdag gewoon te kunnen slapen. Om een tripje in het OV enigzins aan te kunnen. Tegenwoordig heb ik op maat gemaakte oordoppen. Die zijn heul erg fijn.

Zou er geen e-reader bestaan, dan zou ik niet meer lezen. Met e-reader nog altijd maar maximaal 4 boeken per jaar. Maar hé, 4 is beter dan niks. En gelukkig zijn er ook nog luisterboeken. Door de luisterboeken kom ik toch nog op zo’n 12-15 boeken per jaar. Fantastisch dat het bestaat, al is het voor mij niet te vergelijken met zelf lezen. Maar daar heb ik het al eerder over gehad. Vandaag ben ik er blij mee. En dankbaar voor.

Webwinkels. Ik háát shoppen. Of het nou gaat om de gewone boodschappen, cadeautjes voor anderen, kleren of meubels, ik wil het niet. In winkels zijn veel andere mensen, is vaak muziek en dan moet ik in die prikkelrijke omgeving ook nog keuzes maken. Not gonna happen. En dus shop ik vrijwel alles online. Geprezen zijn de Albert, Hello Fresh (hoef ik ook niet meer te bedenken wát ik moet kopen, soms ook een onmogelijke opgave), Thuisbezorgd, en al die andere webwinkels. Want mensen, je kant echt ALLES online kopen. Fijn fijn fijn.

Social Media. Vanuit mijn luie, prikkelarme stoel toch volop kunnen ouwehoeren met al mijn vrienden en andere gezellige online mensen. Van Facebook tot What’s App, ik zou zonder toch een heel stuk eenzamer zijn. De vele blogs van en het virtuele contact met lotgenoten hebben me enorm geholpen toen ik nog zoekende was en zijn nog altijd zeer waardevol. Nu ik het er toch over heb, het hele internet is eigenlijk tamelijk fantastisch. Dat weten jullie ook wel, maar man man man, wat redt dat internet je leven als je aan huis gebonden bent.

Ik ben ook enorm dankbaar voor onze sociale zekerheid. Het is al klote genoeg dat ik niet meer kan werken, maar omdat ik toevallig in dit land geboren ben en leef, betekent dat godzijdank niet dat ik ook geen dak meer boven mijn hoofd heb en, op straat levend met mijn schurfterige hond, mijn hand op moet houden voor een beetje eten. Algehele dankbaarheid voor dit suffe landje en haar verzorgingsstaat. Ik ben over het algemeen een stuk kritischer geworden op de gezondheidszorg sinds ik er vaste klant van ben, maar er gaat ook ontzettend veel goed. Ik krijg – en heb gekregen – zoveel goede professionele hulp, zorg en begeleiding en ben daar heel blij mee.

Mijn advocaat is top. Nooit gedacht dat ik ooit een advocaat zou hebben, maar dat went best snel. Zo fijn dat er iemand is met zoveel kennis van zaken die de hele verzekeringskwestie en letselschade voor mij waarneemt.

Dan heb ik sinds kort ook nog een verhuisplanner. Briljant dat het bestaat. Het betekent dat ik zo’n beetje mijn hele verhuizing uit handen kan geven, dat ik maar met één iemand hoef te communiceren en niet over-the-top gestresst raak van de kleinste dingen die bij een verhuizing komen kijken. Want die verhuizing, dat is een dingetje hoor. Daar heb ik enorm naar uit gekeken, maar drie dagen na het nieuws van de woning zat er al zoveel stress in mijn lijf, dat er chemische middelen aan te pas moesten komen om weer enigszins te bedaren. Een geruststellend mailtje van de verhuisplanner is dan heel prettig. Maar ook voor het bestaan van die chemische middelen ben ik behoorlijk dankbaar. Soms zijn mijn overprikkelde hoofd en lijf met alle ontspanningsoefeningen, meditaties en kamillethee van de wereld niet tot bedaren te brengen en dan is het heel prettig om een toevlucht te kunnen zoeken tot iets minder natuurlijke middelen.

Terwijl ik dit schrijf, kruipt mijn lieve lieve kat op schoot. Hier is de dankbaarheid wederzijds. De kat heeft geen klagen nu ik zoveel thuis ben en op de bank bivakkeer. En ik geniet er enorm van dat het beest wel 10x per dag tegen me aan kruipt. Ook een goede mindfulness-oefening trouwens, de kat aaien. Alleen de kat aaien en verder niks.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is een boel gezeik de laatste tijd. Het is ook niet echt het makkelijkste jaar van mijn leven. Maar man, wat is er veel om dankbaar voor te zijn. Want ik heb het nog niet eens gehad over alle lieve mensen in mijn omgeving. Ook voor jullie: dankjewel dat jullie zo geduldig zijn en over voldoende aanpassingsvermogen beschikken om toch in mijn leven te (willen) blijven.

2013-03-20 13.06.37

Een huis een huis een huis!!!!!!!!

IMG_2424.JPG

Vrijdagochtend liep ik in het bos. Ik bedacht hoe fijn het zou zijn als ik straks, als ik eindelijk verhuisd zou zijn, dit iedere dag kan doen. Thuis at ik een boterham met mijn vader en we hadden het er weer eens over. Een huis. Het zou nou binnenkort toch echt wel gaan gebeuren. Het kon nu toch echt niet lang meer duren.

Maanden wacht ik al op een woning buiten de stad. De stad is mij te snel, te luid, te druk, te veel, te hard, te alles geworden. Ik voel me opgesloten in mijn huis en moet me zo veel aanpassen aan mijn woonomgeving, dat ik me niet meer vrij voel. Het besluit om de stad te verlaten is dan ook al lang genomen, maar een huis buiten de stad was er nog niet. Langzaam maar zeker was ik er steeds meer aan toe: rust, natuur, kleinschalig, dorps.

Na de boterham keek ik maar weer eens op internet hoe het stond met de wachtlijst. Dat deed ik inmiddels zo’n 3 keer per dag. Er gebeurde iets vreemds. Op mijn persoonlijke pagina waren ineens meer rubrieken. Ik keek nog eens. Ik keek goed. Eén rubriek had de naam ‘aangeboden woning’. Wat!!?!??!?!!? JAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA!!!!!!! Ik heb een huis! Ik riep mijn vader en vertelde hem al dansend en springend het nieuws. Ik was zo blij, ik bleef maar dansen en springen. Mijn vader was al meteen vertrokken om de woning te gaan bekijken, maar ik mocht nog niet, ik moest slapen. In bed realiseerde ik me dat ik in tijden niet zo blij was geweest. Wat een heerlijk gevoel.

Die middag maakte mijn blijdschap plaats voor de waan van de dag. Ik ging op bezoek bij mijn moeder, die eerder die week was opgenomen in een verpleeghuis. M’n hoofd raakte weer overvol, dus voor het huis was niet zo veel ruimte meer.

En toen gebeurde er iets geks. Op zaterdag ging ik weer naar huis, weer naar de stad. Ik stapte uit de bus en zag bij mij in de straat een Afrikaanse vrouw lopen, met haar tas op haar hoofd. Ineens was daar een enorm conflict. Een conflict tussen mijn oude en mijn nieuwe zelf. Inmiddels bestaat mijn nieuwe zelf al 2,5 jaar en hij heeft flink terrein veroverd op mijn oude zelf. Ik richt mijn leven in, zoals passend is bij mijn nieuwe zelf. Mijn nieuwe zelf wil verhuizen, dolgraag, en mijn nieuwe zelf schreeuwde de laatste maanden het hardst. Maar nu, ineens, zo onverwacht, begon mijn oude zelf weer om aandacht te vragen.

Mijn oude zelf, ik, was superblij met mijn huis in Amsterdam. Ik woon in de leukste buurt, in een prachtige straat, in een heerlijk appartement. Dat appartement heb ik zelf opgeknapt en ik geniet nog iedere dag van de vloer, van het mooie behang op de schuifdeuren, van de grote ramen. Ik geniet ervan buiten vrouwen met tassen op hun hoofd tegen te komen, om exotisch fruit te kopen bij de Ali Markt om de hoek, mijn kleding te laten vermaken bij mijn Turkse kleermaker. Het idee dat ik binnen een straal van 5 wandelminuten verschillende opties heb om koffie te drinken of uit eten te gaan vind ik, zelfs nu ik er veel minder gebruik van maak, heerlijk. En mijn oude zelf denkt ook nog aan het fietsen door de stad, de avonden in de kroeg, bezoekjes aan film, theater, museum. Moet ik dat nu allemaal opgeven? Wíl ik dat echt opgeven?

IMG_2387.JPG

Ik schreef al eerder over mijn haat-liefdeverhouding met Amsterdam. Toch schrok ik hiervan. De nieuwe woning is niet mijn droomhuis. Hij staat niet op een droomplek. En nu blijkt dat ik, als ik daar woon, ook niet bij mijn moeder langs kan gaan voor een kopje koffie. Dus moet ik even slikken. Toch even wennen aan het idee.

Ik sta niet meer te springen en te dansen van blijdschap. Maar ik ben wel blij. Ik realiseer me hoe fijn dit is voor mijn nieuwe zelf. Ik ga er ontzettend van genieten om rustiger te wonen. Ik kijk er enorm naar uit. Al maanden. Maar het is toch ook weer een stukje van mijn oude zelf dat ik in moet leveren. En blijkbaar wordt dat nooit makkelijk.

 

 

Follow through

I have the classic male problem of no follow through
   – Jude Law in The Holiday

Ik denk dat ik een man ben, want dit probleem heb ik ook. Altijd al. Ik stuurde iemand een sms met een boodschap als: ‘zin om vanavond samen te eten?’ en reageerde nooit meer als ik als antwoord ‘nee, kan vanavond niet. Maar misschien morgen? Hoe gaat het verder?’ kreeg. Ik had immers antwoord op mijn vraag en daarmee was de kous af.

Nu communiceren op wat voor manier ook veel energie kost, en schriftelijk iets zinnigs formuleren al helemaal (dat ik een blog bijhoud is eigenlijk heel vreemd), gebeurt het helemaal vaak dat ik niks terug schrijf. Het kost veel moeite en energie en daarbij komt dat het nogal eens verdwijnt uit mijn gekrompen hoofd dat ik überhaupt een bericht van iemand heb ontvangen.

En dan is mijn hoofd ook nog eens supervol, ga ik door een moeilijke periode en krijg ik veel steunbetuigingen die ik dus vaak onbeantwoord laat. Daarom hier voor iedereen heel duidelijk: ik vind het heel fijn om van je te horen, ga er alsjeblieft mee door en het spijt me ontzettend dat een reactie soms (vaak) uitblijft.

Als er weer wat meer rust in mijn leven is, ga ik er aan werken. Hoop ik. Voor nu: dankjewel. En een stukje Jude Law om het goed te maken.

Beetje veel

Het is allemaal een beetje veel. En doordat het allemaal een beetje veel is, wordt ook een beetje, veel.

Sinds ik hersenletsel heb is het al snel te veel. Het lijkt wel of mijn hoofd kleiner is geworden, er past maar heel weinig in. Als er iets groots speelt in mijn leven, valt al het andere gewoon uit mijn hoofd. Ik ben het volledig kwijt. Ik denk er niet meer aan. Er is geen ruimte meer voor. En dan, ineens, is het er weer. Popt het weer op. Als ik er dan niet meteen iets mee doe, verdwijnt het net zo snel weer.

Op dit moment is het heel veel. De ziekte van mijn moeder neemt – logisch – erg veel ruimte in mijn hoofd. Toen mijn moeder net ziek was, overleed een oud-collega. Nog steeds zeg ik minstens 1x per week tegen mezelf: ‘P. is dood’, want er is geen ruimte geweest of gekomen om dat een plek te geven. Ik kon niet naar de begrafenis en het is door de situatie met mijn moeder bijna langs me heen gegaan. Ik moet mezelf er echt aan herinneren dat hij P. er niet meer is. Maar het past nog steeds niet in mijn hoofd.

De ziekte van mijn moeder en het overlijden van collega P. zijn niet de enige dingen die ruimte innemen of zoeken in mijn hoofd. Er staat ook een verhuizing op stapel. Nu staat die verhuizing al een tijd op stapel, maar het kan nu toch echt niet lang meer duren voor ik een huis heb. Een verhuizing is ook HEEL ERG GROOT. Met alleen een verhuizing zou mijn hoofd al propvol zijn. Maar mijn moeder is ook nog ziek.

Tussendoor worden ogenschijnlijk kleine dingen ook enorm: ga ik met oud & nieuw een weekje weg met vriendin M. en haar gezin (lees: 2 kinderen onder de twee)? Trek ik het dan in één huisje of wil ik een ruimte voor mezelf? Hoeveel geld heb ik daar voor over? Ik krijg de keuze niet gemaakt, de beslissing niet genomen.

Ga ik, zoals ieder jaar, Sinterklaas vieren met mijn vriendinnen? Ik ben dol op Sinterklaas en moet ook echt leuke dingen blijven doen, maar is het niet te veel nu? Is alles niet te veel nu? Ik moet dan nadenken over cadeautjes, suprise en gedicht, die ook nog kopen en maken met mijn volle hoofd en ook nog de viering zelf kunnen doorstaan. Moeilijk moeilijk.

Ga ik voor een onderzoek naar het ziekenhuis in Utrecht, naar een arts die mij is aangeraden? Of kies ik voor het comfort van Amsterdam?

Ga ik naar mijn ouders of blijf ik thuis? Bezoek ik mijn moeder in het ziekenhuis nu wel of niet? Kan ik nu wel of geen boodschappen bestellen deze week? Welke zonnebril moet ik kiezen?

Keuzes maken. Beslissingen nemen. Ik was er al nooit goed in. Toen vriendin R. aanbood booschappen langs te brengen, wilde ik dat maar al te graag accepteren, maar ik kon, for the life of me, niet bedenken wát ze dan moest brengen. Bij de opticien heb ik van de week 6x van bril gewisseld, zelfs nadat de brillenmeneer mijn keuze al had genoteerd. Mijn hoofd is te vol. Het is een beetje veel allemaal.

Steeds denk ik: ‘als dit maar voorbij is’ of ‘als dat eenmaal gebeurd is’, dan komt het goed. Dan heb ik weer ruimte in mijn hoofd en kan ik weer nieuwe dingen ondernemen. Maar wat als er steeds maar grote dingen blijven komen? Wanneer wordt een beetje veel veel te veel?

Een dag uit het leven

Mensen vragen wel eens wat ik dan doe, de hele dag. Of ik me nog wel vermaak. Het is denk ik ook een schrikbeeld voor veel mensen; de hele dag thuis zitten, geen werk, weinig tot geen afspraken buiten de deur. Hoe kom je de dagen nog door? Pas als ik daar echt over na ga denken, zie ik weer hoe mijn leven is.

Voor mijn ongeluk bestond mijn dag uit ongeveer 14 uur. Ik werkte zo’n 40 uur per week en hield dus een kleine 60 uur over waarin ik me verder nog moest vermaken. Dat lukte uitstekend met het huishouden, de boodschappen, lezen, tv-kijken, haken, naar de film, naar theater, naar musea, naar de kroeg, een stuk of 4 reisjes per jaar, verjaardagen, feestjes, vrienden, familie, etc. etc.

Nu is mijn dag nog 5 uur. Ik schrik soms zelf als ik dat zeg. Maar het is echt waar. Ik ben zo rond 10.00 / 10.30 gedoucht en klaar om aan de dag te beginnen en ga dan om 13.00 / 13.30 naar bed. Rond 15.00 uur begint het tweede deel van mijn dag, welke eindigt om 17.00 uur met een tweede dutje. De avond reken ik niet mee. ‘s Avonds kan ik weinig meer dan op de bank hangen. Doe ik ‘s avonds wel iets (een enkele keer uit eten, sporadisch een feestje), kost me dat minimaal 2 dagen. Ergo: de avond telt niet.

Mijn dag is 5 uur, maar dat betekent niet dat ik die 5 uur optimaal kan besteden. Ik kan niet 5 uur werken, of 5 uur de deur uit, of 5 uur lezen of 5 uur wat dan ook. Je moet die 5 uur zien als de 14 uur die ik eerst had. Die gingen ook niet alle 14 op aan werk of inspanning. Van de 5 uur die mijn dag nu is, kan ik ongeveer de helft besteden aan inspanning. Inspanning: lezen, administratie, mail, boodschappen, huishoudelijke taken, sociale afspraken, doktersbezoeken, revalidatie, afspraken buiten de deur, bewegen.
Deze inspanning moet ik afwisselen met ontspanning, de andere helft van de dag. Ontspanning: tv-kijken (maar niet te lang), haken (maar niet te lang), muziek luisteren (maar niet te lang), voor me uit staren.

Als je dag maar 5 uur is, is hij zo voorbij. Over het algemeen vermaak ik me dus ook wel. Natuurlijk verveel ik me wel eens. Dat heeft vooral te maken met mijn beperkingen. Ik kan altijd genoeg bedenken om te doen, maar lang niet altijd wat ik op dat momént kan doen. Of überhaupt kan doen. Maar vaak is een dag voorbij voor ik er erg in heb. Net zoals voor het ongeluk.

Eigenlijk is er dus niks veranderd. Ik ben alleen 9 uur per dag verloren.