Monthly Archives: February 2014

What’s in a dress?

Image

 

Op 7 juni 2012, de dag dat ik werd aangereden, droeg ik dit jurkje. Een simpel, eenvoudig Hema-jurkje. Maar daarom niet minder dierbaar. Ik had hem slechts een paar weken, droeg hem op mijn 30e verjaardag en was er zeer mee in mijn nopjes.

Op 7 juni 2012 trouwde mijn neef. Na een tijdje wikken en wegen verkoos ik dit jurkje tot het feestjurkje van de dag. Ik twijfelde nog over de schoenen: de groene pumps van vriendin E. (zie foto) of mijn prachtige zwarte Valentino’s. 

En daar eindigt mijn herinnering. Zo’n half uur later werd ik aangereden en vervolgens per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Het jurkje heb ik nooit meer gezien. Het was door het ambulancepersoneel of op de eerste hulp kapot geknipt en later die avond, naar het schijnt met mijn toestemming, weggegooid. 

Mijn jas, mijn beha, alles was kapot geknipt. Mijn sjaal verdwenen, mijn mooie tas uit Rome bebloed. Mijn Valentino’s veilig uit mijn fietstassen gehaald en naast mijn ziekenhuisbed in de kast gelegd. Gelukkig. 

In de maanden die volgden begon ik mijn jurkje steeds meer te missen. Dit klinkt gek, triviaal zelfs, als je bedenkt wat ik allemaal nog meer moet missen. Ik keek of de Hema hem nog had, maar helaas. Ik zou het zonder het jurkje waarin ik 30 werd moeten stellen.

Tot vandaag. Aangezien de Hema hem niet meer had, keek ik geregeld op Marktplaats of iemand hem daar probeerde te verkopen. Van de week had ik beet. Ik deed een bod en het jurkje was voor mij. Ik mailde de verkoopster nog mijn halve levensverhaal, want het leek me een goed verhaal voor een feestje. En een goed verhaal was wel het minste dat ik degene die dit bijzondere jurkje terug in mijn leven bracht kon schenken.

Vandaag bracht de post het jurkje. Hij hangt aan mijn kast. Het is toch even slikken. Ik ben ontzettend blij dat ik hem weer heb, maar ben ook een beetje angstig het weer te gaan dragen. 

Hoe iets zo kleins toch zo groot kan zijn. 

Tiramisu

20140206-151455.jpg

Tiramisu. Tira = trek, mi = me, su = omhoog. Tiramisu. Trek me omhoog. Beur me op.

Die Italianen, die snappen het. Lekker eten beurt op. En lekker eten met suiker nog het meest.

Ik heb een pesthumeur. Al een week. Chagrijnig op het agressieve af. Gek word ik er van. Voor het ongeluk had ik tal van manieren om me uit mijn pesthumeur omhoog te trekken. Ik hoefde daar niet per sé voor te eten. Soms ging ik naar de film, soms zette ik het op een zuipen. Soms belde ik een vriendin om samen (vooruit dan toch) te gaan eten, soms ging ik een eindje hardlopen. Ik volgde een yogales, ging lekker naar de sauna of hing juist heerlijk in mijn joggingbroek op de bank om weer bij te raken met de laatste series. Meestal waren deze remedies nog succesvol ook. Ik genoot van wat ik deed en voelde me erna weer helemaal peachy.

Maar nu. Nu zijn de meeste remedies geen opties meer. Mijn hoofd kan ze niet meer aan en mijn lijf is te bejaard. Braaf probeer ik nog frisse lucht en beweging, maar het blokje om van 20 minuten doet niet genoeg. Ik zou wel ouderwets mijn toevlucht willen nemen tot alcohol, maar zonder heb ik al nonstop een kater, dus dat lijkt me geen goed idee. Er zijn maar twee dingen over die me kunnen opbeuren: eten of in bad. En ik heb geen bad.

Dus moet ik wel eten. Maar al mijn kleren zitten al te strak. Ik hijs me bijna iedere ochtend van ellende maar in mijn joggingbroek, omdat verder niets meer lekker zit. Soms begin ik de dag nog in een rokje of een spijkerbroek, maar als ik om 13.00 uur naar bed ga, is daar voldoende reden om die te verruilen. Immers, ik moet me wel comfortabel voelen als ik ga slapen. Echter, als ik mijn bed ‘s middags al lang en breed weer uit ben, gaat dat niet op voor die joggingbroek. Dus besluit ik, iedere dag weer opnieuw, om een paar kilo af te vallen.

Van gezond eten ga ik me vast ook beter voelen, houd ik mezelf voor. Geen suiker, minder koolhydraten, ik sta dadelijk te springen van energie. Grapjas. Sinds ik werk – of wat daarvoor moet doorgaan – sta ik voortdurend in de min. Geen energie. Nul. En dan ook nog eens stikchagrijnig. Totaal geen puf meer om alternatieven te bedenken om me op te beuren, laat staan die uit te voeren.

Jammer dan. Ik heb mijn joggingbroek al aan. En nu ga ik bonbonbloc eten. Tabee.