Monthly Archives: October 2013

Een dagje uit

Afgelopen week ging ik een dagje uit. Met vier vriendinnen en een baby naar de Veluwe. Het was ver van te voren en zorgvuldig gepland. Ik had er tegenop gezien en uiteindelijk ook naar uit gekeken.

Hoe ziet zo’n dag er tegenwoordig voor me uit? De dag begon met de nacht ervoor. Ik kon niet slapen, lag halverwege de nacht wakker en werd twee uur voor de wekker wakker. Bij het ontbijt neem ik preventief pijnstillers en een kalmerend tabletje zodat ik mijn enthousiasme niet nog meer over mijn grenzen zal gaan dan ik al gepland.

Vriendinnen en R. en A. zijn zo lief om extra vroeg van huis te gaan om mij op te halen. Achterin gezeten probeer ik mij zo min mogelijk te mengen in het gesprek, noch houd ik me bezig met de route. We rijden een keer verkeerd, staan wat in de file en arriveren een kleine twee uur later bij de ingang van het park. Vriendinnen M. en P. staan dan al een behoorlijke tijd in de enorme rij. We zijn niet de enigen die op deze dag hebben besloten erop uit te trekken.

Een uur later dan gepland rijden we het park in en gaan we eerst lunchen. De hele wereld zit buiten op het terras, want het is prachtig weer. Terwijl ik mijn vriendinnen mijn lunch laat verzamelen (binnen is het druk, nieuwe indrukken, keuzestress), neem ik nog maar een kalmerend pilletje. We smikkelen van onze lunch waarna we starten aan het volgende programma-onderdeel: wandelen.

Tijdens het wandelen merk ik dat ik onbewust steeds wat afstand probeer te scheppen tussen mij en mijn vriendinnen. Op die manier kan ik de hoeveelheid prikkels laag houden. Zo nu en dan voegt één van hen zich bij me en lopen we, terwijl ik de afstand probeer te behouden, al kletsend verder. Na een half uurtje komen we aan bij een prachtig open veld dat schreeuwt om een picknick. Ik ga in het gras liggen en sluit mijn ogen. Ik luister naar mijn vriendinnen en probeer zo min mogelijk actief deel te nemen aan het gesprek.

Teruggekomen bij het startpunt overleggen we: wat gaan we nu doen? Lopen naar het museum of met de auto? Mijn koek is meer dan op. Ik kan niet meer lopen, ik wil niet meer naar het museum. We rijden naar het museum alwaar ik mij met vriendin M. en baby in het gelukkig heerlijk rustige restaurant deponeer, thee drink, mij aanvul met wat pillen en mij zo goed en kwaad als dat gaat probeer af te sluiten voor de wereld om me heen. Het liefst wil ik naar bed. De pillen doen hun werk zodat ik me niet druk maak over de tijd die mij nog van mijn bed scheidt. Over de enorme reis naar huis.

Na een kleine twee uur rijden en file word ik thuis afgezet. Hoewel ik de hele dag bezig ben geweest met overleven, wordt me nu pas echt duidelijk hoe anders deze dag voor mij was dan voor mijn vriendinnen. Niet alleen gaat vriendin R. morgen naar Ameland en vriendin A. naar Duitsland, waarvoor ze straks bij thuiskomst nog hun koffer moeten inpakken, ze gaan eerst OOK NOG boodschappen doen EN koken. Dit komt op mij over op een onmogelijke opgave van herculeïsche proporties. Achteraf bezien een mooie observatie. Niet langer zie ik mijzelf en het leven dat ik leid als een slap aftreksel van de normaal, nee, mijn leven is de standaard geworden en anderen zijn superhelden die bovennatuurlijke prestaties leveren.

Om 18.00 strompel ik mijn huis binnen en mijn bed in. Ik ben op. Opperdepop. Ik kom er om 19.30 even uit om te eten en om 20.30 lig ik, met slaappil, op één oor.

Ik heb slechts één volledige rustdag alvorens ik weer naar het revalidatiecentrum moet, dus spendeer veel tijd in bed. 1 uur op, 1,5 uur plat, 1 uur op, 1 uur plat, 1,5 uur op, 1 uur plat, zo ziet de dag er ongeveer uit. De dag daarna hoef ik nog maar 4 dutjes te doen om de dag door te komen en nog een dag later zit ik alweer enigszins in mijn normale ritme van 2 dutjes per dag, zij het dat ze een stuk langer zijn en ik tussendoor nergens energie voor heb. Het is nu dag 5 na de uitstap en ik ben er nog lang niet. Ik gok dat ik nog een dag of vijf nodig heb om volledig hersteld te zijn.

Waarom doe je jezelf dan toch zoiets aan, vraag je je misschien af. Tal van redenen. Het is heerlijk om er een dag uit te zijn, om een dag met mijn vriendinnen op stap te zijn, om normaal mee te kunnen doen, om te merken dat ik eigenlijk alles gewoon kán, om te genieten van de mooie herfstkleuren en bosgeuren, om een nieuwe fijne herinnering te maken.

Omdat je aan de buitenkant niet kunt zien wat het kost, wilde ik het een keer opschrijven. Hoeveel voorbereiding, hoeveel pillen, hoeveel aanpassingen van metgezellen het vraagt, hoezeer ik mijn eigen gedrag aanpas, hoe rustig aan ik het moet doen op zo’n dag en hoeveel het dan alsnóg kost om ervan bij te komen. Dat zie je niet, maar dat is er wel. Altijd. De simpelste dingen zijn niet meer simpel. Maar ik wil ze nog steeds doen. Ik wil mooie herinneringen blijven maken.

dagje Veluwe

Het braafste meisje van de klas

Vandaag kreeg ik in het revalidatiecentrum dit:

20131017-201723.jpg

En we kregen een lesje over mindfulness. En ik begon langzaam maar zeker te begrijpen waarom de therapeuten soms zeggen dat ze me niks kunnen leren…

Acceptatie

“God grant me the serenity to accept the things I cannot change, the courage to change the things I can, and the wisdom to know the difference.”

Het gaat me momenteel best goed af, die acceptatie. Er zijn dagen (weken) dat ik schop tegen alles, baal van alles, het allemaal buitengewoon oneerlijk vind. Maar die dagen zijn schaars. Dat waren ze steeds al, maar ze worden schaarser.

Hoe doet een mens dat eigenlijk, zijn lot accepteren? Als ik een goede classica was, zou ik nu oreren over de leer van de Stoa en hoe het lezen van Seneca me heeft geholpen door deze moeilijke tijden. Maar ik heb nooit beweerd een goede classica te zijn en daar ga ik nu niet mee beginnen. En hoewel mijn aanpak van ‘de situatie’ mogelijk overeenkomsten heeft met de Stoa, vind ik mijn inspiratie toch elders.

Tijd is natuurlijk een krachtig middel. Naarmate de tijd verstrijkt is men geneigd een bepaalde situatie steeds meer te accepteren. Maar met alleen tijd ben je er niet. Althans, ik niet. Ik probeer ook aan de acceptatie te werken.

Het AA-motto bovenaan dit stukje is op sommige dagen mijn mantra. Op de dagen dat ik moeite heb met mijn immer aanwezige vermoeidheid en beperkte belastbaarheid. Die beperkte belastbaarheid is een feit, een gegeven, dat kan ik niet veranderen. Daar tegen schoppen heeft geen zin. Wat ik wel kan veranderen is hoe ik met die beperkte belastbaarheid om ga. Daar ben ik in het revalidatiecentrum hard mee bezig. Ik houd momenteel secuur bij wat ik doe op een dag en hoeveel energie iedere activiteit me kost c.q. oplevert. Dat helpt. Door goed inzicht te krijgen wat ik kan op een dag kan ik de beperkte belastbaarheid op zichzelf beter accepteren.

Daarnaast houd ik me bezig hoe om te gaan met ‘de situatie’ en de bijbehorende emoties. Er zijn in het leven een aantal manieren om om te gaan met emoties: je stopt ze weg, je zoekt afleiding, je gaat er in hangen, etc. etc. Jullie kunnen vast zelf nog een paar manieren aanvullen. Voor de zomer was de denker des vaderlands René Gude bij DWDD waar hij zijn visie op het omgaan met emoties deelde. Volgens hem hebben emoties maar een heel korte levensduur. Een emotie komt op, hevig, en verliest dan langzaam kracht om vervolgens helemaal te verdwijnen. Wij houden de emotie veel langer in stand door wat we er met onze ratio mee doen: het wegstoppen, afleiding zoeken, er in gaan hangen. Dat is een rationele beslissing. Wanneer je de emotie zou omarmen voor wat hij is, zul je merken dat hij veel sneller voorbijgaat. Zo werken emoties bijvoorbeeld ook bij jonge kinderen. Die zijn heel even heel heftig blij of verdrietig of boos en dan is het klaar.

Dit zette me aan het denken. Ik kon me er eigenlijk wel in vinden. Maar het toepassen is natuurlijk een tweede. Na de zomer kwam Headspace op mijn pad. Headspace (www.getsomeheadspace.com) biedt geleide meditatie op een dagelijkse, toegankelijke basis. De Headspace-goeroe, Andy Puddicombe, streeft ernaar meditatie te demystificeren. Het is gewoon een oefening, een techniek. Wat ik er het meest van meeneem is dit: het gaat er niet om om gedachten en gevoelens te stoppen. Waar het om gaat is om een stapje terug te doen, de gedachten en gevoelens te laten komen en ze vanaf een afstandje te bekijken. Je er niet door mee te laten slepen. Het volgende filmpje (afkomstig van de website) laat het mooi zien:

Het blijkt wonderwel te passen in de theorie van René Gude. Je emoties niet willen beteugelen, maar je gedachten en gevoelens de vrije loop te laten en ze vanaf de zijlijn gade te slaan. Doordat Andy dit iedere dag tegen mij zegt en ik er iedere dag concreet mee bezig ben in de meditatie, helpt het me op momenten dat het tegenzit. Dan helpt ook het volgende filmpje:

In het revalidatiecentrum werk ik hard om waar mogelijk nog dingen te veranderen. O.a. door middel van Headspace probeer ik de dingen die niet kunnen veranderen te accepteren. Maar hoe vind ik de wijsheid om het verschil te weten? Daar worstel ik nog wel mee. Bijvoorbeeld toen de bedrijfsarts vorige week zei dat ik zo veel mogelijk terug moest naar de situatie vóór het ongeluk. Dus minder slapen, meer bewegen, hup hup hup. Ik schoot enorm in de verdediging: maar mijn lijf ís niet meer zoals voor het ongeluk en dat wordt het ook niet meer. Maar ben ik niet te fanatiek aan de acceptatie aan het werken? Zou ik niet nog veel meer in de vechtmodus moeten? Is er niet toch nog herstel mogelijk? Waar ligt de grens tussen de dingen die ik wel en niet kan veranderen? Het derde deel van het AA-motto blijkt het moeilijkst.

 

STRESS!!!!!!!!!!!!!!!!

Ik maak heel bewust gebruik van interpunctie. Ik maak heel bewust gebruik van uitroeptekens. Als ik in de titel van een stukje zestien uitroeptekens plaats, dan bedoel ik ook zestien uitroeptekens. Afgelopen week had ik stress. Stress in hoofdletters en met zestien uitroeptekens.

Sinds mijn ongeluk ben ik behoorlijk bedacht op eventuele psychische gevolgen. Nog voordat ik daadwerkelijk in de put zat over mijn nieuwe situatie, zat ik al op de bank bij de psycholoog om een eventuele depressie aan te pakken of, liever nog, voor te zijn. Een tijd lang dacht ik dan ook dat mijn soms extreme angstgevoelens, mijn heftige schrikreacties en mijn enorme stressbeleving psychische reacties waren op mijn ongeluk. Mijn gevoel van veiligheid was immers aangetast, ineens kon gevaar overal vandaan komen.

Toen las ik bij Ragna hoe stress bij haar werkt. Er zijn twee standen: de er-is-niks-aan-de-hand-stand en de EXTREME-PANIEK-stand. De EXTREME-PANIEK-stand treedt bij haar al in werking als er bezoek komt.

Ik vroeg mij af of de stress, de angst, de schrikreactie, niet ook een gevolg kan zijn van hersenletstel. En nadat ik het mij afvroeg, vroeg ik het ook aan de ergotherapeut en mijn begeleider van Professionals in NAH. Het blijkt een bekend verschijnsel. Zeker bij mensen met een verstoorde prikkelverwerking. Als je hersenen de prikkels niet goed verwerken, kunnen ze soms ook een overdreven reactie op een prikkel geven. Ergo: stress. Of angst.

En dus is het niet gek dat ik tegenwoordig zo bang ben van onweer dat ik me, als ik bij mijn ouders ben, moet bedwingen om niet naar hun slaapkamer te rennen, als was ik 5 jaar oud.

En dus is het niet gek dat ik, als Freek Vonk een koningscobra los laat in de studio van DWDD, mijn kat bijna fijnknijp van de spanning.

En dus is het niet gek dat ik voortdurend hevig schrik van onverwachte geluiden.

En dus is het niet gek dat ik van de week tegen het plafond zat van de stress toen het plannen van een erg belangrijke afspraak bij de bedrijfsarts op zijn zachtst gezegd niet van een leien dakje ging.

Dat mijn prikkelverwerking ernstig verstoord is weet ik al langer. Dat beelden, geluiden en geuren harder binnen komen, daar kan ik helaas niet om heen. Dat die verstoorde prikkelverwerking ook van invloed is op mijn spierspanning, daar begin ik langzaam achter te komen nu ik begonnen ben met de sensorische integratie therapie in het revalidatiecentrum. En dat die verstoorde prikkelverwerking maakt dat mijn schrik- en stressreacties door vrijwel niets van 0 naar 100 gaan, dat is iets wat daar bij hoort. Daar kan geen psycholoog mij mee helpen. Daar kan ik misschien wel beter mee leren omgaan. Dus daar zetten we op in.