Monthly Archives: July 2013

Summer in the city

Aaahh, de zomer. Zeven weken vakantie. Zeven weken genieten.

Of in mijn geval: ziekenhuis en revalidatiecentrum platlopen. Na mijn twee weken vakantie in het exotische Biddinghuizen is het circus nu begonnen. 13,5 maand na het ongeluk, dus dat mocht ook wel.

Wat ben ik allemaal aan het doen? Het revalidatiecentrum is vooral opstarten en aftasten. Ik ben begonnen bij een fysiotherapeut. Zij gaat mij helpen om fysiek sterker te worden. Beter uithoudingsvermogen en meer kracht in met name armen. Ze heeft me gevraagd wensen/doelen te formuleren gericht op participatie. Dat wil zeggen: wat wil ik in het echte leven weer kunnen? We kunnen wel gaan trainen dat ik dadelijk in de sportschool 50 kilo op kan drukken, maar daarvoor is de revalidatie niet bedoeld. Na een paar dagen nadenken lukte het me om wat dingen te formuleren: verhuizen (zware dingen tillen), klussen, een lange wandeling maken, zwemmen, een dagje naar de sauna, enz. enz.

Daarnaast gaat een ergotherapeut me helpen om de dag zo goed mogelijk in te richten en door te komen. Hoe wissel je activiteit en rust af? Ga in een drukke ruimte altijd met je rug naar de drukte toe zitten, dan word je het minste afgeleid. Zulks. Tot nu toe hebben we vooral gekeken naar mijn dagindeling en -besteding en de corresponderende graad van vermoeidheid. We hebben helaas nog weinig lijn kunnen ontdekken. Wel werd ik instant verdrietig van het advies van de ergotherapeut dat ik het nóg rustiger aan moet doen. In ieder geval tijdelijk om mijn accu eens goed op te laden. In dat opzicht doe ik nu enorm hard mijn best om in vakantiemodus te blijven.

Afgelopen week ben ik begonnen aan een neuropsychologisch onderzoek. Met dit onderzoek worden mijn cognitieve beperkingen in kaart gebracht. Zo moest ik luisteren naar een reeks woorden en deze herhalen. Maar ook mijn concentratie en andere dingen werden getest. Na een half uurtje kon je me opvegen. We zijn dus maar gestopt. Komende week deel 2 en waarschijnlijk (want we krijgen het vast niet af) de week erna nog een deel. Ik ben heel blij dat dit onderzoek wordt gedaan. Tot nu toe voelt het allemaal zo subjectief. Af en toe ben ik bang dat ik mezelf dingen aanpraat. Of dat de klachten psychisch zijn. Dit onderzoek bevestigt in zekere zin mijn hersenletsel. Of misschien niet, maar dan kan ik daarmee aan de slag. Ook voor instanties is zo’n onderzoek van belang. Kortom: blij dat het gebeurt.

Ook had ik deze week een intake bij de arbeidsrevalidatie. Dat was enorm verhelderend. Een ontzettend fijne vrouw die er geen doekjes om wond. Confronterend, maar duidelijk. Ik kan soms heel enthousiast worden van succesvolle re-integratieverhalen, de plannen van het kabinet om bedrijven te verplichten arbeidsgehandicapten aan te nemen of de wilde ideeën die ik zelf heb. In informatiefolders die ik her en der bij elkaar sprokkel, lijkt het zo rooskleurig: dat je werkgever verplicht is je omscholing te betalen als re-integreren in de oude functie niet lukt. Ik zag hele HBO-opleidingen voor me. Wellicht een beetje naïef, dat zie ik ook wel in, maar hé, ik probeer positief te blijven. De arbeidsdeskundige van het revalidatiecentrum wist me te vertellen dat het om maximaal 26 aaneengesloten weken cursus gaat waarin je bepaalde vaardigheden leert of het omgaan met een bepaald computerprogramma. Ook het begrip ‘arbeidsgehandicapten’ blijkt in de praktijk enorm ruim te kunnen worden genomen. Zo is een vrouw die structureel een dag per maand uitvalt door PMS óók arbeidsgehandicapt. Bovendien zijn de plannen van het kabinet niet zó concreet dat er daadwerkelijk sancties volgen als men zich niet aan dit ‘nieuwe’ voorstel houdt. Nuja. Meer van dit. Naar, maar goed om te weten. Daarnaast bood ze aan om mee te gaan naar de bedrijfsarts en het akkefietje met de functiemogelijkhedenlijst recht te zetten. Jippie. Eindelijk iemand met verstand van zaken die zich inspant voor míj. Het draait niet om geld of eigen belangen, het gaat om mijn belang. Heel. Erg. Fijn.

Je zult denken dat ik mijn week prima kan vullen zo bij dat revalidatiecentrum. Maar er is nog meer! Ik ben ook nog om de haverklap bij de huisarts of in het ziekenhuis te vinden! Jippie de pippie!

Sinds het ongeluk heb ik last van vage klachten in mijn linkerarm. ‘s Nachts moet ik regelmatig van houding veranderen, omdat ik pijn heb of omdat mijn vingers tintelen. Er zijn al röntgenfoto’s gemaakt van mijn nek en schouder, de fysiotherapeut heeft verschillende dingen geprobeerd, maar niets helpt. Bij de intake bij het revalidatiecentrum heeft de revalidatie-arts er even naar gekeken en zij vermoedde een beknelde zenuw in nek of arm. Daarvoor loop ik nu bij de neuroloog. Bij een neurologisch onderzoek presenteerde ik een typisch beeld van een beknelde zenuw in de elleboog. Ha. Fijn. Typisch beeld, altijd goed. Maar tijdens het zenuwgeleidingsonderzoek van afgelopen maandag bleek het tegenovergestelde: de zenuw deed het beter dan gemiddeld. Zelfs zo goed, dat ze het onderzoek nog eens deden. Aanstaande maandag mag ik weer naar de neuroloog om hierover te babbelen.

Dan zijn we er nog niet! Sinds het ongeluk heb ik ook last van mijn ogen. Leek mij niet vreemd met een hersenkneuzing en een oogkasfractuur. Toen het tijd was voor nieuwe lenzen, dacht ik ‘laat ik er toch eens naar laten kijken’. Via huisarts naar optometrist, die na 3 keer uitgebreid onderzoek tot de conclusie kwam dat mijn rechteroog wat scheelstand vertoont. Vandaar mijn moeite met scherpstellen dichtbij, mijn lichte dubbelzien en soms pijn bij omhoog kijken. Opnieuw naar de huisarts voor een verwijzing naar de orthoptist. Mogelijk is er een spier of zenuw aangedaan bij de oogkasfractuur of heeft er zich littekenweefsel gevormd. En dus, jolijt alom, nog een tripje naar het ziekenhuis!

Dus terwijl jullie lekker vakantievieren in heerlijke verre oorden (of gewoon keihard aan het werk zijn), spendeer ik wederom een zomer in de ziekenboeg. Des te blijer ben ik met de herinnering aan de fijne vakantie naar Portugal!

Een wat saaier verhaal als je het mij vraagt, maar een handige manier om iedereen op de hoogte te brengen. En af en toe, in een korte vlaag, voel ik me even heel zielig. Zoals gisteren. Dan som ik op wat ik allemaal niet kan en niet heb. Maar, dacht ik om mezelf op te beuren, ik heb mijn armen en mijn benen, mijn ogen, mijn glimlach en het leven. En dan schiet er zomaar een toepasselijk en opbeurend liedje in je hoofd:

Lijstjes

Vroeger maakte ik vooral graag lijstjes omdat ik het zo heerlijk vond om een krul te zetten als iets af was. Dit is begonnen op de middelbare school, waar ik als ware gymnasiumnerdin trouw krulletjes bij het huiswerk in mijn agenda zette, als ik het af had. Die agenda had ik verder overigens niet nodig. Het meeste huiswerk had ik op school al af en de rest onthield ik. Ook mijn rooster kende ik binnen een paar dagen uit mijn hoofd. En wist een vriendin niet meer wat voor les zij het volgende uur had, dan kon ze altijd op me rekenen. Ik kon ook nog vertellen in welk lokaal en welk vak ze daarna had.

Weer terug op school, maar nu in een andere functie, had ik mijn agenda iets harder nodig. Ik hoefde nu niet alleen mijn cijfers bij te houden, maar de cijfers van zo’n 150 leerlingen. En wanneer Pietje, Jantje en Elsje nu weer een SO moesten inhalen. Een goede administratie is een must voor een docent. Maar ook nu kon ik nog flink teren op mijn geheugen.

Hoe anders is dat nu. Hoewel ik zelf het gevoel heb dat het allemaal wel mee valt met mijn geheugen (en dat IS ook zo), ben ik nu the queen of lijstjes. Boodschappenlijstjes, to-dolijstjes, verlanglijstjes, wie-ik-nog-moet-mailenlijstjes, inpaklijstjes, vragenlijstjes, dokterslijstjes, klachtenlijstjes, cadeau-ideeënlijstjes en ga zo maar door. Soms heb ik ze nog steeds niet nodig. Mijn agenda zit redelijk goed in mijn hoofd. Verjaardagen vergeet ik ook niet snel (gefeliciteerd, Mariola). Soms zijn ze onontbeerlijk. Bijvoorbeeld met boodschappen doen. Als ik zonder lijstje in de Appie kom, sta ik lamgeslagen voor me uit te staren. Ik kan daar – temidden van een zee aan licht, geluid, drukte, producten – totaal niet meer bedenken wat ik moet kopen. Voor mij nieuw, want ik bedacht altijd pas in de supermarkt wat ik ging eten en sprokkelde dan daar de ingrediënten bij elkaar, iets wat werkelijk altijd goed ging.

Nu is het helemaal niet erg om lijstjes te maken. Je moet alleen niet vergeten ze te gebruiken. Daar gaat het nog wel eens mis. Ik heb al vele manieren geprobeerd om dit te tackelen: lijstjes in mijn telefoon. Die heb ik immers altijd bij me, superhandig. Maar wat als je iets op moet schrijven, terwijl je telefoneert? Oude vertrouwde post-its. Ik plak ze op plaatsen waar ik ze wel tegen móet komen. Alleen worden al die losse post-its een zooitje. Toen wist ik écht de oplossing: een notitieboekje. Ik stop het altijd in mijn tas en maak daar al mijn lijstjes in. Kan ik het onderweg nog aanvullen ook. Alleen vergéét ik, als ik onderweg iets bedenk voor op een lijstje, dat ik dat direct op kan schrijven in mijn handige notitieboekje. Dus zet ik het toch weer in mijn telefoon. En zo onstaat een wirwar van lijstjes en systemen. Post-itlijstjes, notitieboekjelijstjes, telefoonlijstjes, hé-een-lege-envelop-laat-ik-daar-op-schrijvenlijstjes, enz. enz.

Ik probeer de chaos in mijn hoofd het hoofd te bieden met het maken van lijstjes. Dát werkt. Het is weg uit mijn hoofd. Alleen is het misschien niet helemaal handig dat het dan weg blijft. Ik ga maar eens een lijstje maken van manieren om mijn lijstjes niet te vergeten.

The Zenmaster

Precies nu ik me helemaal niet Zen voel, ga ik een stukje schrijven over hoe Zen ik wel niet ben.

Nu ben ik niet Zen. Helemaal niet. Het is namelijk zomer. En zaterdag. De hele wereld is dus buiten. Preciezer: de hele herriemakende wereld staat voor mijn deur feest te vieren. Voor mijn huis hoor ik een horde kinderen buiten spelen. Even verderop in het park is een festival gaande. Achter mijn huis, in de binnentuin tussen 100 huishoudens die allemaal barbecueën, tuinen aanleggen en bladeren versnipperen vindt bovendien momenteel een feestje plaats met zo’n 50 gasten en uiteraard gezellige muziek. In plaats van lekker op mijn balkon te zitten of in mijn open raam, bevind ik mij met dit prachtige weer in huis. Opgesloten. Nergens kan ik heen, want vandaag moet ik een dag rustig aan doen. Dat betekent dat ik alleen in en in een straal van pakweg 200 meter om huis mag zijn. En daar zijn dus allemaal feesten en festivals. Nee, ik voel me nu niet Zen. Ik voel me ellendig. Ik denk terug aan het eerste weekend thuis na mijn ongeluk en hoe rot, beperkt en opgesloten ik me toen voelde. Dit komt dicht in de buurt. Gelukkig mag ik morgen naar Biddinghuizen. Ik blijf daar 10 dagen en word weer helemaal Zen. Zen, zoals ik het liefste ben.

Vroeger was ik niet Zen. Ik deed altijd te veel dingen tegelijk. Maakte me altijd druk om de toekomst en had altijd keuzestress. Ik wilde alles, dus ik wilde niet kiezen. In 2007 is dat veranderd. Toen maakte ik voor het eerst een Echte Grote Reis. En die Echte Grote Reis heeft mij veranderd op een manier waar ik nu zo veel aan heb. Dat komt zo:

1. Reizen an sich. Mijn Thailandreis was mijn eerste Echte Grote Reis. Ik ging alleen. Ik ging 3 maanden. Ik ging voor het eerst buiten Europa. Tijdens mijn tijd in Thailand merkte ik hoe fijn het was om weg te zijn van alle verplichtingen thuis. Ik bedoel dan niet alleen werk, studie, rekeningen en boodschappen, maar ook de sociale verplichtingen. Op reis mag je egoïstisch zijn. Je doet iedere dag waar jij op dat moment zin in hebt. Vrienden maak je snel. De contacten zijn intens, maar kort. Ik maakte me niet druk over de toekomst. Ik was bezig met wat ik op dat moment deed, waar ik op dat moment was en dacht hooguit na of ik de volgende dag al verder zou trekken of pas de dag daarna. Ik deed vrijwilligerswerk waardoor ik steeds weken achter elkaar op dezelfde plek was, waar ik maar één taak had. Waar ik sprong als men zei dat ik moest springen en verder vooral opsnoof. Ik keek naar wat er om me heen gebeurde, las veel, schreef veel en genoot. Ik leerde in het nu te leven. Eenmaal terug in Nederland moest ik wennen aan het gehaaste, het plannen, het duizend dingen tegelijk. Sinds de reis vulde ik mijn agenda vaak achteraf in. Leuke dingen plande ik niet, leuke dingen ontstonden en gebeurden en schreef ik vervolgens in mijn agenda om ze niet te vergeten.

2. Thailand. Ma ben rai. Het levensmotto van de Thai. Het laat zich eigenlijk niet vertalen. Het is meer een laissez fair houding. Het is het antwoord als iemand je bedankt (graag gedaan), maar ook op een meerkeuzevraag ‘zullen we rijst eten of noodles?’ (maakt niet uit). Het is een reactie op een verontschuldiging (geeft niks) en wie weet wat nog meer. Flexibiliteit. Niets ligt vast. Het maakt niet uit. De bus is een uur te laat? Maakt niet uit. Ik kan niet het vrijwilligerswerk doen waar ik me op had ingesteld? Ma ben rai. Na een paar weken was het ook mijn motto geworden. Het heeft mijn reis zoveel mooier gemaakt. Ik belandde door het Thaise gebrek aan efficiëntie en duidelijkheid (wat heb ik veel farang zich daar aan zien ergeren!) op andere plekken dan vooraf gepland en maakte daar de mooiste herinneringen. Voor mijn reis was ik nog een controlfreak, na mijn reis was ik door mijn nieuwe aanpassingsvermogen en flexibiliteit veel meer Zen.. En gelukkiger.

3. Tempelverblijf. Als laatste stop voor een korte vrije reisperiode, verbleef ik 2 weken in een Boeddhistische tempel. Iedere dag was min of meer hetzelfde. Ik stond om 6 uur op en bracht de dag door met rondlopen, vissen voeren, lezen, mediteren, voor me uit staren en rusten. En ik leerde over het Boeddhisme. Een belangrijke levensles uit het Boeddhisme: ‘alles is lijden’. Dit klinkt heel negatief. Maar ik heb dat niet zo ervaren. Boeddhisten geloven in reïncarnatie en verlichting. Als je de verlichting bereikt ben je vrij van lijden. Daar streeft een boeddhist naar. Maar wat ik er van heb meegenomen is het volgende: je moet je niet te zeer hechten aan dingen. Alles is eindig en als je er te veel aan gehecht raakt, leidt dat onvermijdelijk tot lijden als het eindigt. Door te weten dat alles eindig is en dat het leven lijden is, door je niet te veel te hechten, wordt het leven lichter. Je kunt tegenspoed makkelijker dragen. Je bent meer Zen. Gelukkiger. Nu kun je dit ook met Hollandse nuchterheid benaderen. Hup, twee benen op de grond en door. Voor mij werkt de combinatie. In ieder geval heb ik het idee dat ik mijn huidige tegenspoed iets makkelijker kan dragen door mijn ervaring in de tempel. Het leven is lijden, dingen zijn eindig. Dus hup, twee benen op de grond en door. Zo Zen mogelijk.

Leven in het nu. Aanpassingsvermogen. Los kunnen laten. Accepteren. 

Zen.

Image