Monthly Archives: April 2013

Happy go blue

Stond ik bij het schrijven van mijn stukje 3 dagen geleden nog boven op de berg, ik ben weer hard naar beneden getuimeld en lig nu aan de voet bij te komen. Ik ben sip. En dit wordt een sip stukje.

Happy single, volgens mij bestaat het niet. Je kunt single zijn. En je kunt gelukkig zijn. En je kunt het tegelijkertijd zijn. Maar ik ben nooit echt gelukkig met het feit dát ik single ben. Zoals bij iedereen is dat op sommige momenten erger dan op andere. Ik vind het soms jammer om alleen te zijn tijdens de mooie momenten in het leven. Tijdens een bruiloft. Of als je een vakantie of mooie reis wil maken. Meestal zie ik genoeg moois om me af te leiden. Soms sta ik er niet eens bij stil. 

Tijdens moeilijke momenten is dat lastiger. Toen mijn moeder ziek was en mijn neefje in het ziekenhuis lag was ik veel bij mijn moeder, mijn zus en mijn neefje. Ik vond het fijn om bij ze te zijn en ik vond het fijn om wat voor ze te kunnen doen. Alleen thuiskomen was in die weken zwaar. Want zelf was ik ook verdrietig. Ook dit afgelopen jaar valt het me zwaarder om alleen te zijn. Om na het ongeluk niet naar huis te kunnen, omdat daar niemand was die voor me kon zorgen. Omdat ik, nu mijn werk en sociale leven grotendeels zijn weggevallen, veel alleen thuis ben. En omdat alleen dan echt alleen is.

Woensdag kreeg ik eindelijk bericht van het revalidatiecentrum. Ik kan 6 juni terecht voor een soort intake. Mij werd verzocht een naaste mee te nemen. Zucht. Dat was weer zo’n moment. Naasten heb ik genoeg. Ik wéét dat ik genoeg vrienden en familie heb die om me geven en die me bijgestaan hebben dit afgelopen jaar en die dat blijven doen. Die er voor me zijn. Die ik daarvoor dankbaar ben. Maar het doel van een naaste bij zo’n afspraak is dat er iemand is die ook vragen van de arts kan beantwoorden. Of vragen kan stellen. Iemand die zo dicht bij me staat dat hij dit gesprek voor me zou kunnen voeren. Iemand die voor zo’n afspraak vrij kan nemen van zijn werk. En zo’n naaste heb ik niet. Ergo: sip.

Er was meer sip. Vandaag is de meivakantie begonnen. Twee weken vakantie. Zelfs met mijn 6 uurtjes per week was ik er aan toe. Maar gisteren gebeurde er iets vreemds. Ik wilde niet weg van mijn werk. Ineens voelden die twee weken als een enorm lang, leeg en eenzaam gat. Ik kan die twee weken niet vullen met alle leuke dingen die ik zou willen doen. Ik heb een paar dingen gepland, maar sta evengoed voor een lang leeg gat. Bij dat besef doemt een langer leger gat op. De toekomst. Waar ik 3 dagen geleden nog hoopvol was, merk ik dat die hoop toch steeds meer begint weg te sijpelen. Tijd heelt alle wonden, maar ik zie tijd enkel als de vijand. Hoe langer het duurt, hoe groter de kans dat het niet meer goed komt. Tijd trekt de korstjes van hoop langzaam van mijn wonden, tot er een grote etterende wond van ellende overblijft.

Hoe trek ik me hier weer uit? Meteen gistermiddag wil ik al gaan bakken. Want van bakken wordt alles beter. Maar omdat dit niet het jaar mag worden waarin ik 10 kilo aankwam, heb ik mezelf een bakrestrictie opgelegd. Alleen wonen betekent ook alleen je baksels opeten. Dus zat ik op de bank te simmen. Vanochtend keek ik wederom in de gapende afgrond van de vakantie. Wat te doen met al die tijd? IK WIL BAKKEN! Ik gaf toe. Ik bakte een worteltaart. En nu ga ik mezelf naar de AH slepen om ingrediënten te halen voor het glazuur. Dag 1 van de vakantie overleefd.

The first days of spring

Ken je dat? Dat als je verliefd bent of verdrietig elk liedje ineens precies over jou lijkt te gaan?

Met hersenletsel is dat eigenlijk net zo. Want je kunt de geliefde die bezongen wordt makkelijk vervangen door je hersenen. Liefdesverdriet wordt hersenverdriet. Het missen van een geliefde gelijkgesteld aan het missen van werkende hersenen.

Gelukkig zijn daar Noah & The Whale met een heel album over liefdesverdriet én hoe het allemaal beter zal worden. Blue skies are coming, but I know that it’s hard. Je hoeft geen muziekkenner of letterkundige te zijn om in te kunnen zien dat deze tekst moeiteloos op mijn situatie geplakt kan worden.

It ís hard, maar het gaat even beter. Ik kan weer lezen, dankzij de e-reader. Ik heb van de week een hele yoga-les gevolgd. Ik heb vanavond heerlijk genoten van wijn bij het eten die zo goed viel, dat ik maar bij bleef schenken. En ondertussen luisterde ik muziek. Dat kan ook niet altijd. Al mijn favorieten zette ik op. Deze van Noah & The Whale was ineens zo raak. De apotheose aan het eind stemt mij hoopvol voor de toekomst. Als ik dat even vergeet, moet ik dit maar weer luisteren.

Het jaar dat ik boter ontdekte

Hoewel ik mezelf over het algemeen als redelijk intelligent beschouw, ben ik op sommige gebieden wat traag van begrip. Een laatbloeier, zo je wil. Zo zal mij door sommigen nog tot in de eeuwigheid worden nagedragen dat ik op mijn 12e niet wist wat een bobby was.

In deze tijd van gezondheid galore, pleeg ik in mijn voedselbereiding immer olijfolie te gebruiken en spaarzaam te zijn met zout. Tijdens mijn zomer in Italië leerde ik zout opnieuw waarderen. Een simpele salade blijkt enkel goede olijfolie en een snufje zout nodig te hebben om een pure, doch heerlijke smaak te geven. Zout maakte in 2011 eindelijk een intrede in mijn leven. Met mijn superlage bloeddruk heb ik toch weinig van zout te vrezen. Dus hop, zout bij de groente, flink zout bij de pasta (pasta moet je koken in water zo zout als de zee, hoorde ik eens ergens) en smullen maar. 

Sinds ik vrijwel nooit meer zakjes en pakjes gebruik, experimenteer ik meer in de keuken. Om eten puur, maar smaakvol te krijgen zijn er vele mogelijkheden. Nu ik wat meer thuis ben, zorg ik dat ik vrijwel altijd boter in huis heb om mijn plotseling opkomende bakaandrang te kunnen stillen. Een tijdje geleden besloot ik mijn vlees eens in boter te bakken, in plaats van olijfolie. Er ging een wereld voor me open! Zoveel malser en voller van smaak. Dat doen we dus voortaan altijd. Maar er is meer: ravioli met boter en salie bijvoorbeeld. Mijn all time favorite primo. Vandaag zocht ik een manier om mijn broccoli op te leuken. Geen zakjes voor mij, maar ook niet alle ingrediënten in huis om zelf from scratch een sausje te maken. Even het internet op en met een korte aanpassing op mijn keukenkastjesinhoud kwam ik tot het volgende: broccoli overgoten met eenvoudige knoflookboter en parmezaanse kaas. Dat was smullen geblazen! 

Vandaar deze lofzang op boter. En nu maar hopen dat dit jaar niet de boeken ingaat als het jaar dat ik 10 kilo aankwam. 

Verjaren

Deel 1

Het leven eindigt bij 30. Blijkbaar had ik dat gevoel meer dan ik dacht. Ik vond 30 worden best een ding. Ik had mijn leven nog te weinig op orde om AL 30 te zijn. De bedoeling was om al getrouwd te zijn en al een flinke schare kinderen te hebben gebaard. Niets daarvan. Dus vond ik 30 best een ding. Volgens andere dertigers begón het leven pas bij 30, zou het nu écht goed worden. Door mijn van een leerling en collega gekregen sleutelhanger met de tekst ‘30 and sexy‘ ging ik het bijna geloven. 

Gisteren ben ik 31 geworden. Hét bewijs dat het leven niet eindigt bij 30. Een beetje onverwacht toch. Ik had me bij al deze 30-heisa niet gerealiseerd dat de teller gewoon door zou blijven lopen. Dat het leven inderdaad niet eindigt bij 30. 

Toch is een leven geëindigd op mijn 30e. Dat klinkt dramatischer dan het is. Mijn leven nu is anders, dat zal ik niet ontkennen, maar ik doel vooral op iets anders. Doordat ik op mijn 30e werd aangereden, zag ik me geconfronteerd met mijn eigen sterfelijkheid op een manier die mij tot dan toe bespaard was gebleven. Ik was tot mijn 30e in dat opzicht zorgeloos als een kind. Natuurlijk wist ik dat ook mij nare dingen konden overkomen, maar ik droeg dat niet met mee in het leven. Nu wel. De confrontatie met de kwetsbaarheid van het leven heeft me veranderd. Mijn sterfelijkheid draag ik nu wel met me mee. 

En misschien was dat ook het geval geweest als ik niet was aangereden, maar hoort het gewoon bij ouder worden. 

Deel 2

Omdat ik door de enorme Meuh die zich langzaam maar zeker van mij meester begint te maken, bang ben dat ik ga vergeten hoe ontzettend leuk mijn verjaardag was, schrijf ik dat hier op. Het was even zoeken naar de juiste vorm om mijn verjaardag in te vieren. Helemaal niets doen leek me zo sip, maar hoe verjaar je hersenletsel-proof? Ik nodigde een handjevol vriendinnen uit om ergens te gaan eten. Wat en hoe waren geregeld, nu nog waar? Ik heb hier heel lang moeten nadenken. Zoveel variabelen spelen een rol. Uiteindelijk besloot ik afgelopen weekend te mailen met restaurant PS: hoe druk was het op een woensdag, hoe hard was de muziek en konden ze rekening houden met een moeilijk iemand als ik? In een reactie kreeg ik alles wat ik wilde (nodig had).

Aangekomen  kregen we een tafel toegewezen aan één kant van het restaurant en werd meegedeeld dat alle andere gasten die avond aan de andere kant zouden worden geplaatst. De muziek stond erg zacht, maar er werd gevraagd of die nog uit moest. Wederom een bevestiging dat het goed is om assertief te zijn en te vragen naar de mogelijkheden.

Het werd een gezellige avond met drie heerlijke gangen, twee (!) glazen wijn, fijne conversatie en veel gelach. Voor het eerst in 10 maanden was ik na 21 uur op straat toen ik naar huis wankelde. Een zwoele avond met volop mensen op straat en terras. Bevreemdend voor iemand die zelden na 18 uur de straat op gaat. Nagenietend van een prachtige avond ga ik een brakke nacht tegemoet, waarin ik -zoals dat gaat als ik te veel heb gedaan- elk detail van mijn verjaardag nog eens dunnetjes overdoe. En ik bedenk dat ik mijn lieve vriendinnen wel heb bedankt voor de mooie avond, maar mijn dankbaarheid aan het restaurant vergeten ben om te zetten in een fooi…

Dan giet t haost vanzelf

Van de week besloot ik maar weer eens iets op de fiets te doen. Dat gaat niet vanzelf. Dat gaat niet impulsief of zonder planning, nee, ik had er écht over nagedacht. Dinsdagmiddag ging ik op kraambezoek bij een collega. Het kind kan inmiddels bijna lopen, maar ik had haar nog steeds niet mogen bewonderen. Ik was zo slim om ‘s ochtends de sportschool maar over te slaan. Fietsen kost mij veel energie en concentratie, dus ik kon maar beter wat punten sparen.

Even een sidebar over die punten. Ik ben niet de eerste die haar ervaringen na hersenletsel via een blog met de wereld deelt. Zo heb ik het hele blog van Lizanne en Ragna inmiddels gelezen. Een ‘feest’ van herkenning. En door het lezen van deze blogs, merk ik dat ik ook het vocabulaire van deze dames mbt hersenletsel begin te bezigen. Zo heeft Ragna het vaak over Meuh. Ik kan dat uitleggen, maar het woord zegt eigenlijk al genoeg. En ook de punten komen van haar. Activiteiten kosten punten en je kunt punten verdienen met rusten en slapen. Op een dag heb je een maximum aantal punten te besteden. Je moet zorgen dat je niet over je maximum heen gaat. Dat leidt onverbiddelijk tot een grote Meuh. Ik doe het niet voor alles, maar weet wel dat fietsen mij heel veel punten kost.

Wat is nou precies het probleem met fietsen? Dat zal ik eens haarfijn uitleggen. Als ik fiets door Amsterdam (belangrijke randvoorwaarde in dit verhaal) loop ik tegen zo’n beetje al mijn cognitieve beperkingen aan:

1. Gebrek aan overzicht. Ik ben me te weinig bewust van alles om me heen. Let ik op een auto die van links komt, zie ik een auto van rechts volledig over het hoofd. Ik kan dat niet meer in één blik zien. Geen Unagi.

2. Gebrekkige informatieverwerking. Op de fiets komt er veel informatie op je af. Heel veel. Let er maar eens op. Een auto van links, een fietser komt je tegemoet, een voetganger naast je. Met al deze dingen moet je rekening houden als je je in het verkeer begeeft. Maar die informatie komt wat vertraagd bij mij binnen. Waardoor ik pas enkele seconden later die auto van links, die tegemoetkomende fietser en die voetganger naast me registreer. Tel daarbij de vaart op die je zelf als fietser hebt en je bent voor alles altijd nét te laat.

3. Verdelen van aandacht. Hang een beetje samen met het overzicht. Een voorbeeld om dit uit te leggen: als voetganger moest ik een keer de straat over steken. Er reed een auto met mij op die voor mij langs linksaf*  ging slaan. Ik had voorrang bij het oversteken, want rechtdoor op dezelfde weg gaat voor. Maar deze regel wordt niet altijd nageleefd, dus ik hield de auto goed in de gaten. Ging hij daadwerkelijk stoppen? Toen hij inderdaad gestopt was, stak ik over. Plotseling doemde er echter een auto van rechts op, die gelukkig net op tijd ook voor mij stopte. Omdat ik al mijn aandacht op de auto links had, was ik vergeten ook nog naar rechts te kijken. Mijn aandacht verdelen is geen vanzelfsprekendheid meer.

4. Overgevoeligheid voor prikkels. Alles komt bij mij harder binnen. Geluiden die anderen al niet meer horen, omdat ze er aan gewend zijn, hoor ik steeds. In het verkeer hoor ik dingen ook harder. Zo denk ik dat er een auto vlak achter mij rijdt, die nog meters ver is. Hiervan raak ik enigszins paranoia op de fiets. Aangezien het al moeilijk genoeg is om de dingen in de gaten te houden, die mij écht gevaar op kunnen leveren, is het niet zo fijn als ik ook nog op dingen ga letten die dat niet doen. Zoals auto’s die ver weg zijn. Of tegenliggers op een fietspad waar meer dan voldoende ruimte is. Of hé, is dat een nieuw café?

En al het bovenstaande maakt dat ik mij kneiterhard moet concentreren, iets wat ook niet meer vanzelf gaat. De geleverde inspanning om toch veilig van A naar B te geraken gaat gepaard met een flinke toename in vermoeidheid en hoofdpijn. Maar ik mag al blij zijn dat ik veilig van A naar B geraak.

Ik had erover nagedacht. Ik was niet naar de sportschool gegaan. Ik koos een autoluwe route. Ik fiets überhaupt alleen als het te voet net te ver is en met OV net te onhandig. Maar zelfs al neem ik deze voorzorgsmaatregelen, dit laatste fietstochtje bewees mij maar weer eens dat fietsen écht nog geen goed idee is in Amsterdam. En zeker niet in de spits. Daar had ik bij al mijn voorzorgsmaatregelen dan weer geen rekening mee gehouden…

*Ik lees dit 2 uur na ik het heb geschreven nog eens over en zie de fout: dit moet rechtsaf zijn. Nog een probleem: links en rechts. Ik denk hier HEEL GOED over na, voor ik het opschrijf en doe het dan nog (juist?) fout. O, maar dat heb ik ook, hoor ik je al denken. Natuurlijk, zoveel mensen hebben problemen met links en rechts. En zoveel mensen hebben hoofdpijn, zijn moe of vergeetachtig, kunnen geen 2 dingen tegelijk, etc. etc. Het punt is dat ik dat niet had. En zeker niet in deze mate. En altijd. En anders. En dat kan ik blijven uitleggen. 

Lente

Als de zon schijnt, ziet zelfs het kerkhof er gezellig uit – Tsjechov

Het gemekker over de uitblijvende lente deelde ik niet. Immers, lente betekent meer leven op straat. Meer spelende kinderen, meer gehang tot ‘s avonds laat. Drukte op straat brengt een extra barrière voor mij om naar buiten te gaan. En doet, wonend in een stad als Amsterdam, ook afbreuk aan de rust ín huis. Dus mocht het van mij best nog even winter blijven.

Toen was er afgelopen weekend. Toen was er de zon.

Wat had ik een heerlijk weekend! Half binnen zittend met de balkondeur open, muziek luisteren die bij de eerste zon hoort (Adele) en genieten van de warmte op mijn huid. Blijkbaar gaf de zon mij ook energie. Nadat ik zaterdag lekker had gekookt en gezellig had gegeten met vriendin M., zat ik zondagochtend nog wat vermoeid in de zon. Ik vouwde een was en dat was het wel. Maar toen kwam de middag. Na mijn middagdutje heb ik een stukje 1q84 gelezen (!) op de e-reader die vriendin M. had meegebracht, vervolgens heb ik gehaakt, het trappenhuis opgeruimd, kaarten geschreven en gepost, zooi uit het trappenhuis weggegooid en mijn fiets gemaakt. Een record aantal dingen voor één middag.

De zon brengt inderdaad ook herrie, zo merk ik als ik van al mijn activiteiten even bij wil komen met een tv-serie. Een feestje op het balkon van de achterbuurvrouw verstoort mijn concentratie voor de nieuwste Grey’s Anatomy. Die bewaar ik dus maar voor later die avond.

De kers op de taart van deze dag vond ik in de snackbar. Na zo’n volle middag én omdat ik me de avond ervoor moe had gekookt, strompel ik naar de snackbar voor mijn avondeten. Buiten de snackbar een discussie tussen een 4-jarig meisje en haar vader. Meisje wil niet mee naar de Albert Heijn. Binnen in de snackbar wordt het meisje naast mij op de kruk geparkeerd met de boodschap ‘hier blijven zitten’. Meisje doet dit braaf en begint, haar enorme koptelefoon ten spijt, een gesprek met haar buurvrouw. Ik kan haar nauwelijks volgen, daar de tv luid aan staat en er andere mensen zitten te eten, maar zeg op (hopelijk) juiste momenten ja en nee. Meisje luistert weer muziek en bladert in een tijdschrift. Zo nu en dan stoot ze me aan om mij te wijzen op wat voor moois ze allemaal ziet of om me iets heel grappigs te vertellen, wat ze dan nét weer vergeten is. Als haar vader haar weer komt halen, vergeet ze bijna de blackberry die aan haar enorme koptelefoon bungelt. Weg is ze. Ze gaat patat met ketchup eten.

De lente maakt van Amsterdam een dorp. Overal op straat zijn mensen hun banden aan het plakken. Voor de deur zitten mensen een wijntje te drinken. Iedereen is blij en vrolijk. Iedereen groet elkaar. En blijkbaar parkeren mensen in de lente zelfs moeiteloos hun kleuter op een barkruk in de snackbar om zelf naar de Albert Heijn te gaan. Als was het een dorp vol sociale controle waar de jongen van de snackbar de buurjongen van je oma is.

Jippus et Jannica

Wanneer ga je weer lesgeven?

De vraag kwam steeds vaker voorbij. Leerlingen, collega’s, iedereen wilde het weten. Ze zien me inmiddels alweer maanden door school lopen, dus de vraag is niet vreemd. Het werd tijd om duidelijk te maken hoe het gaat. 

Afgelopen weekend probeerde ik mijn nichtje van drie voor te lezen. Jip & Janneke had ze dit keer uitgekozen. We gingen op de bank zitten en ik begon te lezen. Het eerste verhaaltje. Over hoe Jip & Janneke elkaar ontmoeten. Eén van de twee komt door de heg en er is een vader die zich ermee gaat bemoeien. Er gebeurde vast nog iets, maar dat heb ik niet gelezen. Op de achtergrond overlegden mijn zus en zwager namelijk het doucheschema. Ik kwam niet door het verhaaltje heen met hun gesprek erbij en gaf op. 

Poging 2. Alleen in de kamer met zwager en nichtje. Nu het verhaaltje over de jonge poesjes (aaaahhh!). Voldoende rust in de kamer om dit te kunnen lezen, mits ik met mijn vinger de woorden aanwijs. Halverwege wordt nichtje rusteloos. Op de bank, af de bank. Op de bank, af de bank. Ze luistert wel, maar ik kan het niet meer volgen. Nog steeds weet ik niet welk poesje Jip & Janneke nou gaan houden. Nichtje druipt af, maar gelukkig wil (kan) papa wel voorlezen.

Dit voorbeeld gaf ik mijn collega’s ook. Ik snap dat ze zich afvragen wanneer ik weer les ga geven. Dat doe ik ook. Maar zolang ik me nog niet door een verhaaltje van Jip & Janneke kan slaan als er 2 mensen praten of als iemand niet stil zit, denk ik niet dat ik een Griekse tekst kan duiden aan een klas pubers, die soms wel stil zijn of zitten (en niet vooruit te branden zijn), maar vaker als hormonale stuiterballetjes door het leven gaan. 

Toch heb ik vandaag lesgegeven. Aan één leerling. Een meisje dat, om heel andere redenen, ook thuis is komen te zitten. En ik kán het nog. Ik kan nog steeds Latijn. Ik kan nog steeds uitleggen. Het maakt me blij om weer mijn eigen vak uit te oefenen, om weer nuttig te zijn. Laat duidelijk zijn: ik zie hier het positieve van. Echt.

Maar.

De keerzijde: een half uurtje met één leerling en ik ben uit-ge-put. Echt kapot. Mijn hoofd bonst. De school verlatend moet ik langs een heipaal. Mijn hoofd bonst nog harder. Het maakt me misselijk. 

Ik kan nog meer nadelen noemen. Ik doe het niet. Want ik weet: dit is positief. En leuk. En hoe verder? Dat zien we wel. 

Ik kan geen Jip & Janneke lezen, maar ik geef tóch les. Ha.